We zitten in een taxi in het centrum van Liverpool… and we’re all about to die. De vlucht hiernaartoe was een easy ride vergeleken met deze dollemansrit. De chauffeur rijdt als een kamikazepiloot met geldingsdrang en bij iedere hobbel of bocht vliegen we door de taxi. Maar het ergst is nog dat we constant iets voelen trillen en schuren onder onze voeten. Alsof er ieder moment een of andere stang door de bodemplaat van de auto kan schieten. Net als Martijn – met ons naderende einde in het vooruitzicht – zijn hart wil luchten en een bekentenis wil afleggen (iets over een theeserviesje van Flipje van Tiel), draait de taxi de hoek om. We zijn veilig bij ons hotel aangekomen.
Het is inmiddels drie uur ’s nachts en we kunnen terugkijken op een geweldige dag. Die begon al goed bij aankomst op John Lennon Liverpool Airport. “Hello Liverpool, it’s great to be here!” roept onze gitarist Peter in een vrijwel uitgestorven aankomsthal. Er staan maar twee mensen, waaronder een tandeloze oude vrouw van meer dan honderd kilo. Haar lach klinkt als de roep van een bronstig hert. Toch is het tekenend voor het gevoel voor humor van de Liverpudlians.

We zijn hier voor het International Pop Overthrow Festival. De organisator daarvan, David Bash, is een groot fan van Marty. Marty’s plaat Summer Holiday stond op nummer 2 van zijn favoriete platen van 2012, en dat was voor David aanleiding om ons uit te nodigen om op dit festival te spelen. Het mooiste van alles is nog dat de festivallocatie de legendarische Cavern Club is! Dat het geen cent oplevert, nemen we maar op de koop toe. We zetten dit optreden maar wat graag op ons cv. De vliegtickets en het hotel hebben we betaald van de gage van eerdere optredens in Nederland.
Nadat we hebben ingecheckt in ons hotel gaan we de stad verkennen. We komen al gauw uit in Matthew Street, waar de Cavern Club is. En ook al is dit eigenlijk een replica van de Cavern Club, herbouwd met de stenen van het origineel dat aan de overkant van de straat stond, willen we graag geloven dat hier nog iets van de magie is terug te vinden uit de tijd dat The Beatles hier furore maakten.

Ons eerste optreden is aan de andere kant van Matthew Street, in de Cavern Pub. Voor ons speelt Emma Stevens. Een Engelse zangeres die onder andere ukelele en banjo speelt onder begeleiding van een gitarist en een meisje op cajón. Erg goed, en het publiek is duidelijk op haar hand. We maken ons een beetje zorgen over de ontvangst die wij zullen krijgen, want het contrast kan bijna niet groter zijn. Gelukkig blijkt dat niet nodig, want de respons is prima. We gaan zelfs dwars door de taalbarrière als Marty het nummer “Working Man” aankondigt als: “This next song is our lijflied.”
Marty Graveyard & The Working Men @ Cavern Club, Liverpool
Als de akkoorden van het laatste nummer uitklinken, komt David Bash naar voren gelopen. Hij vond het optreden erg tof, en hij heeft om kwart over elf nog een plaatsje vrij in de back room van de Cavern Club. Of we deze avond ook nog een derde keer willen spelen?
Dat doen we natuurlijk graag, maar eerst is het tijd voor het optreden waar we al weken naar uitkijken. David Bash kondigt ons aan als “one of my favorite bands, doing their 60’s influenced power-pop on the stage they were born to play: The Front Stage of The Cavern!”

Daarna lijkt alles vanzelf te gaan, en het spelen gaat geweldig. De zaal is ook nog eens goed gevuld, dus na afloop stuiteren we euforisch het podium af. Zou er dan toch iets van die magie van vroeger zijn blijven hangen?
We hebben tijd genoeg om daar over na te denken, want het derde en laatste optreden is pas over minstens tweeënhalf uur. We kijken naar een paar van de andere bands die spelen, uit onder andere Italië, Zweden en Canada. Dan kondigt David Bash ons nog één keer aan en werken we ons een laatste keer in het zweet.
Na afloop zitten we wat na te genieten in de kleedkamer, met een paar waterige pints in onze mik. We zijn helemaal op, maar wat was dit een gave ervaring! Omdat het toch niet mooier wordt dan dit besluiten we maar terug naar ons hotel te gaan. Het is bijna drie uur ’s nachts, tijd voor een taxi…
Door: Jasper Blazer