25 november 2016
•
Columns
•
Hans Metzger
Wanneer ik muziekles geef in de gesloten instelling zit ik soms met zes jongens in het muzieklokaal te jammen op verschillende instrumenten. Hiphop is het meest populair en wat mij betreft is rap volkskunst nummer 1. Het werkt goed als je de groepsdynamiek gebruikt om de machine aan de gang te krijgen. Je merkt snel genoeg wie de drummer is, meestal is dat degene die als eerste met drumstokken in het lokaal rondloopt. Als je een leerling een eenvoudige beat leert spelen door uit te leggen op welke tel de kick en op welke de snare valt, heb je al snel een jam aan de gang.
De module van een digitale kit bevat meestal wel een urban palet en klinkt ‘gangsta’ genoeg om jongens tot een sessie improviseren te verleiden. Als de beat loopt voeg je eenvoudig een baslijn toe door een jongen op de digitale piano lage tonen te laten spelen. Ik schrijf dan met een whiteboardmarker cijfers op de toetsen en vraag hem het patroon van vier tellen te blijven herhalen zodat de boel blijft rocken terwijl andere jongens druk aan tafel raps schrijven.
Soms haal je jongens even uit de mix en laat hen rustig met een hoofdtelefoon op oefenen totdat ze zeker genoeg van hun partij zijn om deze toe te voegen. Het is belangrijk dat de leerlingen succesmomenten ervaren, dus leren ze zich niet eerst te overschreeuwen, maar na te denken voordat ze hun muzikale punt maken in de groep. “Een beetje geduld graag, eerst goed luisteren en even oefenen, dan pas vlammen!” zeg ik dan. Eenmaal volledig met rap waarbij we het ‘laatste nieuws’ horen, wordt het soms een heuse happening.
Ongelofelijke talenten komen er soms langs. Als het loopt, loopt het goed en komen de leerlingen graag terug. Daar ben ik altijd dankbaar voor. We leren elkaar steeds beter begrijpen, deze studenten en ik. Zo wist ik voorheen niet dat een partij met flink veel laag ‘gevaarlijk’ klonk, een mineurakkoord ‘boos’ en een majeurakkoord een ‘partysound’ was.
Vroeger, voordat ik met theorie aan de gang ging, had ik ook zelf benamingen bedacht voor akkoorden. Mineur was gewoon ‘verdrietig’, majeur was ‘blij’, dominant zeven ‘leunde’ en een mineur zeven akkoord was een ‘zoet’ akkoord, dus ik snap wel waar het vandaan komt. Beeldspraak is belangrijk en goede vondsten houden we er gewoon in. Moeilijke termen kunnen soms onnodig intimideren. Soms ben ik samen met een leerling in m’n lokaal en kan ik dieper op theorie ingaan. Ik leg dan uit hoe je bijvoorbeeld ‘boze’ akkoorden maakt en welke goed bij elkaar passen.
Een leerling heeft laatst het thema van The Godfather onder de knie gekregen. Hij is hier terecht heel trots op en zet het vaak in als hij in een groep meedraait. Laatst zaten we samen rustig achter de piano en legde ik hem uit waarom een boos akkoord zo boos klinkt en begon over kruizen en mollen.
“Vroeger dacht ik bij een mol aan een soort blinde marmot met een mijnwerkershelm op en bij een kruis aan Jezus”, vertelde ik. De leerling was even stil en zei: “Bij een kruis denk ik aan m’n ouders die er niet meer zijn en bij een mol denk ik aan een verrader”. “Van verraders wordt niemand blij”, voegde ik nog toe.
Na het lesuur bracht ik de leerling terug naar zijn leefgroep en vertelde op de gang dat ik last van mijn onderrug had. “Verkeerde houding of spanningen waarschijnlijk”, merkte hij op. “Je maakt je veel te druk Hans”. Toen we voor de deur van zijn afdeling stonden draaide hij zich om en sloeg zijn armen om me heen en tilde me een stukje op. Ik werd even op en neer geschud, hoorde ‘krak-krak’ en werd weer neergezet. “Sta op en loop!” zei hij met pretogen. Ik voelde de pijn wegtrekken. Daar werd mij een wederdienst bewezen zeg. “Bedankt voor de les Hans, mooi verhaal over die mol en dat kruis van Jezus”, zei hij. Ik voelde me vernieuwd. Bevrijd als het ware.
Hans Metzger
Hans Metzger is een muzikale jongen die na allerlei omzwervingen zijn passie achterna is gegaan. Hij werkt als muziekleraar met voornamelijk moeilijk opvoedbare kinderen. Op het ogenblik werkt hij in een gesloten inrichting met jongeren. Hans observeert zijn omgeving graag en heeft er met regelmaat iets over te zeggen. Hier komt er vaak een filosofische noot bij kijken waarbij hij zoekt naar de juiste toon om resonantie bij de lezer te vinden. Muziek is overal om ons heen en zit in de kleinste dingen. Als je zijn korte verhalen leest gaat er een belletje bij je rinkelen; we staan immers allemaal samen op de dansvloer.