Livin’ & Lovin’
cd-album / download-album
pop / soul / motown
Het viertal Bourbon Avenue is, zoals de band het zelf omschrijft, opgebouwd rond de ‘zeer talentvolle Rotterdamse zanger, componist en drummer Marlon Pichel’. Daarmee stellen de drie andere leden zich toch iets teveel in de schaduw, want ook toetsenist Jeroen Dikkers, bassist Brian Kruit en gitarist Jelle Roozenburg spelen een bepalende rol in het bandgeluid. De laatste kwam er overigens pas bij nadat de andere drie in 2013 en ’14 al hun eerste opnamen hadden gemaakt en vonden dat er een echte band moest komen.
De groep richt zich op de authentieke soulmuziek, noemt de Motownsound als belangrijke invloed, maar klinkt wel zo blank als de neten. Dat hoeft geen nadeel te zijn. Het album Livin’ & Lovin’ laat horen dat de soulinvloed zich vooral vertaalt in een ‘up’-gevoel, hoewel veel soulklassiekers natuurlijk ballads zijn.
Als Bourbon Avenue zich op dát pad begeeft, zoals in Just One Thing, is het resultaat eerder een Amerikaans aandoende rockballad – denk bijvoorbeeld aan More Than Words van Extreme – dan een ode aan Marvin Gaye’s Let’s Get It On.
De productie van het album is gedaan door Ocki Klootwijk, onder meer bekend Herman Brood en Golden Earring, en is vrij ‘schoon’; ‘cleaner’ dan bijvoorbeeld The Earring tegenwoordig klinkt. Bij het beluisteren van de backing vocals van Hey Everybody doemt ineens zo’n naam uit de seventies op: The Little River Band.
Rumblin’, bijna aan het slot van het album, is dan ineens een ruwe, ongepolijste funktrack die wat afwijkt van de rest van de plaat. De songteksten op Livin’ & Lovin’ gaan over de liefde en zijn eerder functioneel te noemen dan bijzonder creatief; Bourbon Avenue is een band die het vooral in sfeer en sound zoekt.
Het totale bandgeluid is bewust traditioneel gehouden, met uit het keyboard een typisch sixtiesorgeltje. Op het podium belooft Bourbon Avenue een feestje met veel funk-, jazz- en soulelementen. Tot in mei zijn diverse optredens in de regio (en een radio-optreden bij Veronica in Hilversum) gepland.
Edwin Wendt

