Verslag Meet The Pro sessie: Nieuwe ronde, nieuwe kansen!

De eerste Meet The Pro sessie van 2019 had de toepasselijke titel Nieuwe Ronde, Nieuwe Kansen. Met twee interessante panelleden en een ietwat andere opzet dan normaal; het is namelijk de eerste keer dat er na afloop van het panel ook een aansluitend demo-panel plaatsvond. Hierdoor kon het publiek haar nieuwste creaties laten horen aan het panel en de rest van het publiek. Ook is deze sessie op een externe locatie: we zijn te gast bij Eurotrash United, waar het publiek onder het genot van een lekker speciaal-biertje in een informele sfeer al haar vragen kan stellen.

Het panel bestond ditmaal uit Alfred van Luttikhuizen beter bekend als de frontman van Tusky en voormalig gitarist bij John Coffey. Ook is Alfred Werkzaam bij Kamikaze PR. Het tweede panellid was Chris Moorman, Marketing  & Communicatie voor Welcome To The Village festival en verantwoordelijk voor de marketing bij Popronde Nederland.

De vaste host van de avond is Martijn Crama (artistmanager & docent). Hij opent de sessie op de vertrouwde manier; door aan de zaal te vragen welke vragen zij graag beantwoord willen hebben om voldoende waarde te krijgen voor hun betaalde entree.

Dit verslag behandelt de belangrijkste vragen die tijdens deze avond werden gesteld.

Hoe kan ik mijn publiek vinden?
Alfred geeft aan dat het beantwoorden van deze vraag echt ligt aan het startpunt dat je hebt.
Als je bijvoorbeeld nu pas begint aan je nieuwe ronde met nieuwe kansen, dan ben je voor dit jaar eigenlijk al te laat. De plekken zijn als het ware al vergeven. De meeste zomerfestivals zitten al helemaal vol en de poppodia hebben hun programmering ook al rond. Mechanismen werken in de muziekindustrie vaak zo dat je altijd heel ver vooruit moet plannen. Dus, als je een ep of album wilt droppen, dan moet je een half jaar vooraf weten dat je een half jaar daarna een album wilt uitbrengen.

Alfred: “Je moet ver vooruitlopen op hetgeen wat je wilt gaan doen”. En wat moet je dan precies gaan doen? Dat ligt weer aan wat voor muziek je maakt. Gitaarmuziek is bijvoorbeeld van mainstream naar underground gegaan. Urban is nu de norm geworden. Het mooie aan dingen die naar de underground verdwijnen: dat blijft bestaan.

Maar waar moet je als muzikant dan willen spelen? Wie moet je bereiken? Ga naar de plekken waar je zelf graag komt en begin daar. Daar zal jouw publiek zich vaak ook bevinden. Doordat de vrijdag na deze panel-sessie de aanmeldingen voor de Popronde zouden sluiten, geeft dit de mogelijkheid om eens wat dieper op de aanmeldprocedure van Popronde in te gaan. Chris is de uitgelezen persoon om hier iets zinnigs over te zeggen en eventuele mythes te doorbreken.

Hoe scheidt het Poprondeteam de kaf van het koren?
Chris: Dat gebeurt allereerst door het team van Popronde zelf. Daarna gaat alles wat de eerste schifting heeft ‘overleefd’ langs een selectiecommissie, bestaande uit muziekprofessionals door het hele land. Deze selectiecommissie is online, op de site van Popronde te vinden: ideaal dus!

Waar is de eerste Popronde schifting op gebaseerd?
– Alles wat niet-live is, gaat eruit.
– Alles wat covers is, gaat eruit.
– Wordt het strak gespeeld?
Als het niet strak is, dan gaat de comissie het ook niet selecteren.

Chris geeft heel nadrukkelijk aan dat je als band/muzikant ook echt moet nadenken of dit wel jouw jaar gaat worden. Ben je er klaar voor dit jaar? Is 2019 het jaar waarin je de Popronde als springplank gaat gebruiken voor een hoger doel?

Een vraag die je jezelf kan stellen om hierachter te komen is of je er zelf voldoende navolging aan kan geven. Heb je ook voor januari/februari 2020 een plaat liggen, om door te zetten, bijvoorbeeld? Als het stilvalt, dan is dat namelijk hartstikke zonde en is veel moeite in zekere zin ‘voor niks’ geweest.

Ook wordt alles wat afvalt langs alle lokale coördinatoren gestuurd. Maakt niet uit wat, alles gaat ook weer langs deze lokale coördinatoren. Zij weten namelijk een stuk beter wat er speelt in hun stad en kunnen eventuele afvallers toch weer in de poule laten brengen, als een soort veto.

Martijn geeft aan: ok, het selectie-verhaal is duidelijk. Wat kan je als artiest nog meer doen om ervoor te zorgen dat het geluk als het ware jouw kant op valt? Een onderdeel daarvan is het voldoende aanwezig zijn op de social media.

Hoe brengen we onszelf onder de aandacht?
Alfred geeft aan dat dit allemaal draait om het maken van content, maar dat je daar dan wel serieus over na moet denken. Alfred: “Heel veel bands hebben eigenlijk geen idee wat ze aan het doen zijn op hun socials. Ze posten eigenlijk maar wat en beseffen niet dat er een bepaalde cohesie tussen moet zijn.” Als artiest moet je dus nadenken over jouw kernwaarden. Wie ben jij en waar jij sta jij voor?

Alfred geeft met een concreet voorbeeld uit zijn John Coffey-tijd aan hoe zij dat destijds hebben gedaan. Ze zijn met John Coffey bij elkaar gaan zitten en hebben zichzelf gedwongen om een aantal woorden bij elkaar te zetten, die deze vraag beantwoorden. Aangezien Alfred niet meer op alle vijf de woorden kon komen schoot Martijn te hulp met de kernwaarden van Krach destijds: Geil, Vuig, Dansbaar.

Die woorden, worden de grote maatstaf waaraan je al je (online) acties moet kunnen koppelen. Want, als jij niet weet wat je doet, hoe moet het publiek dat dan weten?
Alfred wil maar zeggen: je fan is niet dom. Hij weet precies wat hij wil. Misschien niet bewust, maar hij voelt het wel. Daarom is de kern is zo ongelooflijk belangrijk. Geef jezelf ook de tijd om te groeien. Het hoeft niet allemaal in twee jaar te gebeuren. Goed werk heeft tijd nodig dus gun jezelf die tijd.

Martijn geeft een interessant tegengeluid jegens het gedrang om in playlists te worden opgenomen. Want, in hoeverre weten die luisteraars naar welke band/artiest ze luisteren? Mensen kunnen je muziek misschien wel neuriën, maar hebben tegelijkertijd ook geen idee wie je bent. Ben je daar bewust van als muzikant en stel jezelf de vraag of je dat überhaupt moet willen. Zijn playlists de plek waar jij je nieuwe publiek zal gaan vinden?

Hoe kan ik meer opvallen in 2019?
Martijn geeft aan dat het allemaal draait om dingen te durven uitproberen. Martijn: “Probeer dingen uit, ga lekker tegen de regels in en kijk wat er gebeurt. Misschien krijg je de politie op je dak, misschien komt er niemand op af, maar vertrouw op je eigen humor”. Want, wat heb je eigenlijk te verliezen? Misschien is het ‘super kut’? Nou en? Dan zien 100 mensen het dat het niet heel erg tof is. Maar is het wel tof: dan heb je opeens 500 volgers erbij. Hiermee wil Martijn maar aangeven: het is het risico sowieso waard om eens wat geks uit te proberen.

Alfred geeft aan dat bepaalde ideetjes, om een muzikaal nummer heen, kunnen helpen om net wat eerder op te vallen. Soms word je dan gezien als een ‘sellout’, maar dat moet je niet belemmeren om dingen te proberen. Alfred: “Veel media zijn hijgerig. Zij willen ook echt van dit soort verhaaltjes en willen zelf met de primeur komen. Maak hier gebruik van. Elke dj van 3FM is gewoon ‘voornaam@3fm.nl’ .“ Gewoon mailen en kijken wat er gebeurt, is Alfred zijn tip.

Want, 3FM heeft misschien niet meer het luisteraandeel van vroeger, maar juist daarom durven ze misschien wel meer risico te nemen en nieuw talent een kans te geven. Ze hebben niet veel meer te verliezen. Uit de as van iets dat was, kan weer veel moois ontstaan, is de metafoor die waarschijnlijk ook voor deze situatie geldt.

//PAUZE//

Martijn begint na de pauze met de stelling dat er niet één ‘gouden formule’ is. Het gaat er niet om wat je wel en niet opvolgt van de tips, maar het gaat er veel meer om dat hetgeen wat je doet, dat je dat in ieder geval bewust doet. Zo is Martijn zijn huidige aanpak dat hij zich juist minder focust op het releasen van de muziek. Dat doet hij er nu eigenlijk tussendoor. Martijn zorgt er wel voor dat hij genoeg content heeft om de tijd tussen de liedjes interessant op te kunnen vullen.

Martijn: “Als het liedje goed is, mensen dat opnieuw willen opzetten en je dan alleen focust op dat liedje bij je social media, dan is de inhoud veel te dun, is mijn ervaring.” Alfred geeft aan dat het niet te ontkennen valt dat ‘toeval’ en ‘geluk’ van onmisbare invloed zijn op het eindresultaat. Daarom stelt hij dat het misschien wel goed is om jezelf te focussen op het verminderen van de verhouding toeval-invloed. Stel, dat in het normale scenario, 80% wordt bepaald door toeval en 20% door eigen invloed. Hoe kan je daar 60% van maken? Hoe 40%?

Het netwerk dat je opbouwt, dat is iets waar je  echter wel op kan focussen en wat hier zeker invloed op heeft. Vanuit de vragende vorm je netwerk benaderen, niks pushen, maar oprecht zijn en mensen spreken. Vragen stellen en interesse uiten. Vanuit daar krijgen je 9 van de 10 keer ook weer een vraag terug over jou. En vanuit daar kijken wat er gebeurt. En besef; iederéén heeft een netwerk. Misschien niet direct een professioneel netwerk, maar je hebt sowieso een netwerk. Je hebt altijd een ‘database’ aan mensen, die jou kunnen helpen met weer een stapje verder te komen richting je doel.

Alfred: “De inzet die je toont om de toevalligheden een beetje te controleren, dat is echt key”. Hard werken en het hebben van een lange adem. Dat is zó belangrijk. Ook kan het helpen om de laagdrempelige toegankelijkheid die social media je geeft te gebruiken. Volg mensen die je tof vind actief op Instagram. Check hun ‘stories’. Waar gaan ze naartoe? Waar hangen deze helden van jou uit? Ga naar de feestjes waar die gasten zijn en spreek ze aan.

Hoe kan je ervoor zorgen dat je releases sterker en sterker worden?
Denk nooit te groot en leer van je fouten, is de unanieme mening van het panel. Hoe gaat dit in zijn werk? Stel, je brengt een ep uit. Heb je entree gevraagd en blijkt dat mensen eigenlijk niet willen betalen om te komen? Dan ga je de volgende keer een gratis release houden. Ook moet je de investering die je erin doet, nooit te snel terug willen verdienen.

Zorg er ook voor dat je iets kan verkopen! Maar wel iets wat mensen willen hebben, dus zorg ervoor dat het echt vet is. Alfred: “Wij gebruiken altijd als stelregel: het moet in de H&M kunnen hangen. Het moet echt tof zijn en mensen moeten alleen al daarom het willen hebben”.

Ook is het handig om ervoor te zorgen dat je uitverkoopt. Dat je een uitverkopend artiest bent, is erg belangrijk in beleving van het publiek. Alfred geeft aan dat ze met John Coffey altijd in een zaal stonden te spelen die eigenlijk nét een maatje te klein was voor hen. Want als mensen achter het net vissen, dan worden ze nerveus en gaan ze juist meer proberen erbij te zijn. Je creëert als het ware urgentie tot handelen. Martijn geeft aan dat het de hele tijd ‘vooruit denken’ is. Allemaal gecentreerd rondom de vraag: ‘Waarom doe ik dit nou?’

Zo heeft Martijn voor Tape Toy tijdens hun Popronde shows een mailinglijst bijgehouden, waar na elk optreden wel een handjevol mensen zich voor hebben ingeschreven. Dit kan hij nu weer gebruiken om deze mensen direct te benaderen, als Tape Toy weer eens speelt op een festival in de buurt, bijvoorbeeld. Deze mensen nemen dan vaak ook weer zelf mensen mee en dat werkt als een tiet! Dit soort kleine dingen, dat zijn de acties die jij als band/artiest kan ondernemen om het dubbeltje vaker jouw kant op te laten vallen.
Het draait uiteindelijk allemaal om het hebben van een leuk idee en de wil om er iets mee te gaan doen. Met deze woorden wordt het eerste panel van het nieuwe jaar afgesloten.
Tijd om wat demo’s te luisteren!

Check hier de foto’s!

Wil je de volgende keer aanwezig zijn bij de nieuwe Meet The Pro sessie? Schrijf je dan in voor de Popunie nieuwsbrief en houd de socials in de gaten!

De pro-fi kabel versus de hi-fi kabel

“Een kabel voor professioneel gebruik kost minder en is qua constructie ook nog eens beter gebouwd dan een consumentenkabel.”

Nou, dat is nogal een boude stelling! Oké, ik zal het helder proberen uit te leggen. In hi-fi land is een kabel een welhaast mythisch voorwerp. Zoals ik in mijn vorige column al zei, is menig hi-fi-kabel voorzien van een stel zware en vergulde RCA (tulp) connectoren en is de kabel zelf cryogeen behandeld (ja hoor, daar is ie weer). En daarnaast is ie ook nog ‘ns voorzien van een driedubbele afscherming tegen aardstraling, inductief magnetische velden en het geschreeuw van de overbuurman die zijn zoon uitkaffert, omdat hij vannacht zo stoned als een garnaal bij de buren voor de deur stond. Typisch gevalletje van een deurtje te ver.

Kortom: de kabel is zijn geld dubbel en dwars waard. Je hebt er immers een flinke smak geld voor betaald, dus die kabel moet en zal je muziek beter doen laten klinken! Prachtig toch, hoe het mechanisme van slimme marketing zich nestelt in je brein.

De professionele kabel is niet cryogeen behandeld (…) en ook ontbreekt bij deze kabel de extra drievoudige afscherming. Deze afscherming is niet nodig omdat de kabel gebalanceerd is uitgevoerd. De exacte techniek hierachter moet ik je helaas schuldig blijven (dat weet Wikipedia vast wel) maar een gebalanceerde kabel heeft drie in plaats van twee geleiders (+ [hot], – [cold] en aarding).

Door deze constructie is de kabel automatisch beter beschermd tegen invloeden van buitenaf (lees: straling). Ook kunnen met een gebalanceerde kabel grotere afstanden van meer dan vijf meter worden overbrugd. Als klap op de vuurpijl is de kabel uitgevoerd met mijn persoonlijke favoriet onder de connectoren: in plaats van RCA (tulp) connector maakt de gebalanceerde studiokabel gebruik van XLR pluggen.

XLR pluggen zijn degelijk en hebben als bijkomend voordeel dat ze daadwerkelijk vastklikken als je ze aansluit. (Ook de jack plug is leverbaar in een gebalanceerde variant, de TRS plug. TRS staat voor Tip, Ring, Sleeve; de drie punten waarop de plug contact maakt. Deze gammele plug is niet bepaald mijn favoriet. Prima als aansluiting voor je hoofdtelefoon maar wat mij betreft ongeschikt als serieuze studio connector.)

Maar welke kabel is nu beter? De dure consumentenkabel met alle franjes, afscherming en vergulde connectoren of de sobere studiokabel met niet-vergulde XLR pluggen.

Goede vraag. Hier is niet een eenduidig antwoord op te geven. Allereerst wordt een studiokabel voor andere doeleinden gebruikt dan een consumentenkabel. Maar wacht even, in je vorige column zei je dat een kabel twee dingen moet doen: goede muziek (elektriciteit) doorgeven en blijven zitten.

Zowel de consumentenkabel als de studiokabel voldoen hieraan dus eigenlijk doen ze allebei goed hun werk op hun eigen terrein. En als ome Gerrit, die meer dan 100 euro heeft uitgegeven aan zijn interlink (de kabel tussen twee hi-fi-componenten), telkens weer blij wordt als hij de 180 grams persing van Dark Side Of The Moon afspeelt op zijn vintage Thorens TD-125 MKII met een Ortofon elliptisch geslepen diamantnaald dan is dat alleen maar mooi, toch?