Verslag Meet The Pro Sessie: Laat Je Niet Naaien!

Als muzikant heb je waarschijnlijk geen zin in juridisch gedoe. Een rechtszaak, iemand die jou beschuldigd van plagiaat of onenigheid over een contract; je wilt het liever voorkomen. Op 26 juni 2018 deelden twee muziekjuristen hun inzichten tijdens de Meet The Pro sessie Laat Je Niet Naaien. Jasper van Vugt (The Legendary Orchestra Of Love) maakte onderstaand verslag van deze leerzame bijeenkomst.

In het panel zitten Urban Bout (Urbanjurist) en Sander Petit (De Dance-advocaat). Beiden zijn jurist in de creatieve industrie. Ze houden zich bezig met contracten, plagiaat en inbreuk op auteursrecht. Martijn Crama, bandmanager en muziekdocent, is host van de avond.

De onderwerpen die tijdens deze Meet The Pro de revue passeren zijn grofweg op te delen in twee categorieën: het beschermen van je muziek en het aangaan van contracten. Het eerste deel van dit verslag gaat over muziekrechten, het tweede gaat over afspraken met een label.

Muziekrechten – intellectueel eigendom
Als je een nieuw liedje of een muziekstuk bedenkt, dan heb jij het intellectueel eigendom. Daar hoef je niks voor te doen, zo is het geregeld in de wet. De panelleden zijn daar heel duidelijk in: “Zodra je iets maakt is het beschermd. Er hoeft geen hek omheen, je hoeft er geen voorwaarden bij te zetten. Het is van jou.”

De songtekst en de melodie vallen onder het auteursrecht. Je hebt als maker zelf het recht om te beslissen op welke manier jouw werk wordt opgevoerd of uitgebracht. Zodra je het muziekstuk (of een deel daarvan) gaat uitvoeren, dan heb je te maken met het naburig recht. Dit recht gaat over de inspanningen en prestaties van een muzikant. Je spreekt dan van een uitvoerend artiest. De manier waarop je de muziek live ten gehore brengt of de manier waarop je het opneemt wordt daarmee beschermd.

Bewijzen dat het van jou is
Intellectueel eigendom is dus een recht dat je als muzikant altijd hebt zodra je iets nieuws creëert. Je hoeft daar niets voor te doen – wat jij bedenkt is van jou. Tot zover is er niets aan de hand, en in de meeste gevallen gaat dat goed. Het wordt pas lastig als iemand beweert dat jij het liedje hebt gestolen van iemand anders. Of als een andere artiest ineens jouw muziek uitvoert en daar alle credits voor opstrijkt. Zodra er onenigheid ontstaat moet je kunnen aantonen dat jij het werk bedacht hebt.

Je kunt een aantal dingen doen. Een bekend verhaal is de muziek opnemen en naar jezelf opsturen in een gesloten envelop, met datumstempel. Dit toont eigenlijk niet zoveel aan. Beter is het om teksten en/of noten in te scannen en naar jezelf te mailen, liefst met een scanner die tekst herkent. Je kunt ook screenshots van je (digitale) project maken met de datum zichtbaar in beeld. In een rechtszaak zijn dit echter nog steeds geen harde bewijzen.

Het beste is om gebruik te maken van een i-Depot, bijvoorbeeld die van het Benelux-Bureau voor Intellectuele Eigendommen (BBIE). Zij slaan je bestanden op en voorzien het van een datumstempel. Hiervoor betaal je per keer €35,-. Je kunt dan een aantal bestanden tegelijk uploaden (meer info in dit Popunie artikel). Mocht je ooit een rechtszaak krijgen over een stuk muziek, dan is zo’n i-Depot een onafhankelijke derde instantie. De rechter zal dit sneller beoordelen als ‘sterk’ bewijs dan zaken die je zelf hebt gescreenshot, gescand of per post hebt verstuurd.

Nog een punt van aandacht: in Europa is het intellectueel eigendom vanzelfsprekend. Werk je met partijen in Amerika, dan moet je werk geregistreerd zijn bij Amerikaanse instanties om aanspraak te kunnen maken op auteursrecht en naburige rechten. In Nederland is het sowieso verstandig om je werk te registeren bij de Buma/Stemra.

Wat als je een muziekstuk nèt anders namaakt?
Je hoort weleens een stuk muziek wat zó sterk op een ander liedje lijkt, dat het geen toeval kan zijn. Zeker in reclames wordt dit trucje weleens toegepast. Het liedjes is bijna volledig nagemaakt, maar de melodie wijkt bijvoorbeeld net af. Op die manier probeert de maker muziekrechten te omzeilen. Waar ligt de grens tussen iets namaken en je laten inspireren?

De scheidslijn is dun, geven zowel Urban Bout als Sander Petit aan. Je laten inspireren door een andere artiest mag. Ga je over de grens, dan heb je het over ‘ongeoorloofde stijlnabootsing’. De Vaste Commissie Plagiaat (VCP) van Buma/Stemra wordt ingeschakeld als er een geschil ontstaat. Die bestaat uit muziekdeskundigen en juristen die een advies geven. Mocht dat advies voor een van de partijen niet bevredigend zijn, dan kun je naar de rechter stappen.

Een bekend voorbeeld van stijlnabootsing is het liedje Blurred Lines van Robin Thicke en Pharrell Williams. De Amerikaanse rechter oordeelde dat het duo net iets teveel inspiratie had geput uit Got To Give It Up van Marvin Gaye. Thicke en Williams moesten miljoenen betalen. Het ging dan vooral om de stijl en de feel die teveel overeen kwamen. In Nederland zou zo’n rechtszaak waarschijnlijk anders uitvallen.

Wat gebeurt er als je een songtekst op Facebook zet?
Als je dingen op social media plaatst, dan ga je akkoord met een aantal voorwaarden. Vaak neem je afstand van een aantal rechten. De voorwaarden van de verschillende platforms verschillen van tijd tot tijd. Ook is er verschil tussen een persoonlijke profiel of een bedrijfspagina. Zeker als dat op een bedrijfspagina is – die zijn (qua wetgeving) net wat beter beschermd dan persoonlijke profielen. Toch zijn de voorwaarden van Facebook niet altijd duidelijk. Een rechter zal per casus anders oordelen.

Het uitgangspunt is voor de beide panelleden duidelijk: als je een songtekst ‘los’ op Facebook plaatst, dan is die tekst van jou. Je neemt pas afstand van je auteursrecht als je daarvoor een contract opstelt en het tekent. Tot die tijd behoud je het intellectueel eigendom. Zolang er niks is vastgelegd blijft de tekst dus van jou. Het wordt anders als je een bericht plaatst waarin je bijvoorbeeld vraagt om mee te denken over een tekst. Je bericht kan dan wellicht op verschillende manieren worden geïnterpreteerd. Pas daar dus mee op, want er zou later onenigheid kunnen ontstaan.

Stel dat je wil samenwerken met iemand en die steelt vervolgens jouw muziek
Het kan zomaar gebeuren. Je krijgt de vraag vanuit Amerika of je als producer wat beats wil opsturen. Gewoon om eens te kijken of jouw muziek past bij een van hun artiesten. Je stuurt wat muziek maar je hoort niks meer. Een half jaar later verkoop je diezelfde muziek alsnog, maar aan een partij in Canada. Vervolgens worden de Amerikanen boos omdat je de muziek al aan hen had beloofd. Dreigmails volgen. Hoe kan dat nou? Je had toch helemaal geen verdere afspraken gemaakt?

Het antwoord van de muziekjuristen is simpel: vermeld in elke mail een aantal duidelijke afspraken. Schrijf erbij dat de muziek die je stuurt alleen als voorbeeld dient, en dat die nog nergens voor gebruikt mag worden. Je kunt ook een deadline vermelden, bijvoorbeeld dat de andere partij een bepaalde tijd heeft om een keuze te maken. Hetzelfde geldt als je bijvoorbeeld vocalen opneemt en ze doorstuurt ter goedkeuring. Formuleer je voorwaarden zo duidelijk mogelijk en bewaar de e-mails. Het vastleggen van de muziek in zo’n eerder genoemde i-Depot (BBIE) kan ook hier verstandig zijn.

Mag je van anderen muziek samples gebruiken?
Er bestaat een mythe dat je elke sample altijd voor 2 of 3 seconden mag gebruiken. De mythe klopt niet, maar heeft een kern van waarheid. Met samples is het van belang of een stukje muziek zó uniek is dat er sprake is van auteursrecht. In hoeverre kun je een stukje audio van 1 seconde nog uniek noemen? Vaak zal er geen sprake zijn van auteursrecht. Maar als iemand claimt dat het wel auteursrechtelijk beschermd is, dan buigt de rechter zich erover. Er worden musicologen ingeschakeld om de zaak te onderzoeken. Per casus is de uitkomst verschillend.

Het tweede deel van de avond ging niet zozeer over muziekrechten, maar meer over contracten in de muziekindustrie.

Wat zijn de grootste valkuilen als je een contract wilt aangaan met een platenlabel?
Als je een contract tekent bij een label, dan moet je op een aantal dingen scherp zijn. Allereerst de manier waarop een contract tot stand komt. Daar worden vaak onderhandeltactieken bij gebruikt. Bijvoorbeeld, je krijgt een aanbod met een contract erbij. Je laat het nakijken door een jurist, die levert wat punten aan die gewijzigd moeten worden. Vervolgens laat het label wekenlang niks van zich horen. Op een dag komt er een akkoord terug met daarbij ineens de tijdsdruk om te tekenen. Binnen korte tijd reageren. Dat is een onderhandeltactiek. Advies: betrek een jurist bij je onderhandelingen. Veel labels laten het dan uit hun hoofd om dit soort tactieken toe te passen.

Je kunt in dit soort gevallen heel duidelijk aangeven dat je echt tijd nodig hebt. Dat is ook in het belang van het label of degene die het contract aanbiedt. Als er ooit onenigheid komt en zij hebben jou niet genoeg tijd gegeven, dan staan ze erg zwak. Je kunt dat argument gebruiken om je punt te maken.

Op welke punten moet je letten in een contract?
Zodra je in onderhandeling bent met een platenlabel, let dan op de grote onderwerpen. Uiteraard is geld belangrijk, maar verlies je niet in de verdeling van percentages. Er is vaak een aantal belangrijke onderwerpen dat je niet over het hoofd moet zien. Een jurist kan je daarbij helpen. Let bijvoorbeeld op de afspraken over een territorium waar het contract geldt. De looptijd van het contract is ook belangrijk. Hou daarnaast in de gaten wat je afspreekt over auteursrechten en masterrechten.

Een oud uitgeverstrucje is het alleen uitbetalen van een commissie tijdens de duur van het contract. Eindigt het contract, dan krijg je geen geld meer, maar het label mag je muziek blijven exploiteren. Dat wil je voorkomen. Een andere afspraak die je liever niet maakt is het onbeperkt opvoeren van marketingkosten. Zo’n afspraak kan je veel geld kosten.

Release-verplichtingen en ‘opties’ zijn ook een belangrijk onderwerp in contracten. Als een label een optie heeft op jouw muziek, dan moet je singles, ep’s of albums verplicht aanbieden aan je label, en niet eerst aan een ander. Het gebeurt vaak dat je planning vervolgens ernstig in de war wordt geschopt. Het label neemt bijvoorbeeld de tijd om na te denken. Misschien komt jouw release op dit moment helemaal niet goed uit, omdat een andere artiest van dat label al eenzelfde liedje uitbrengt. De zaken vertragen op zo’n moment. Je kunt soms maandenlang geen kant op. Let op met dit soort afspraken.

Recoupment of recoupen. Dat betekent dat het label een voorschot geeft en dat je dat moet terugbetalen, liefst natuurlijk uit de verkoop van je muziek. Laat daarbij een tekst opnemen dat je vervroegd en boetevrij mag aflossen. En eventueel dat het recoupen eindig is, bijvoorbeeld na 12 of 24 maanden.

Wanneer laat je je echt naaien?
Let op zinnen als: je mag dit contract niet aan derden laten zien. Als een label, partij, tv-programma of wie dan ook zoiets in z’n contract opneemt, vraag je dan goed af of je met zo-iemand zaken wil doen. Je hebt altijd het recht om een contract aan een jurist voor te leggen. De andere partij maakt hier misbruik van haar positie en een rechter zal dat niet toestaan.

Je laat je echt naaien als je het auteursrecht of het publishingrecht voor eeuwig overdraagt. Termijnen zijn onderhandelbaar. Je ziet dat voorheen contracten werden opgesteld voor de eeuwigheid. Daarna is 70 jaar een beetje de standaard geworden. Tegenwoordig zie je dat labels of uitgevers nu soms gaan voor 10 of 15 jaar en dat lijkt de nieuwe standaard te worden.

Wanneer ga je een contract aan?
Je kunt pas goede keuzes maken als je weet wat je wilt. Maak daarom een route-planning voor je carrière als artiest. Waar kom je vandaan, waar sta je nu en waar wil je naartoe? Pas daarna kun je gaan kijken of je wilt samenwerken met andere partijen. Heb je partijen en nodig die jou onder de aandacht brengen? Wil je nieuwe muziek gaan opnemen? Ben je opzoek naar een partij die jou kan helpen met een nieuwe sound? Pas als je weet wat je wilt, kun je nadenken over de afspraken die je in een contract vastlegt.

Blijf juridisch op de hoogte en volg de Urbanjurist op Instagram en De Dance-advocaat op  z’n Facebook of Instagram!

Tourverslag: WORM Pirate Bay op het Liverpool Sound City Festival

De ideevorming over de participatie van WORM in het Liverpool Sound City Festival vond eerder plaats in de Balkan en Baltische staten. WORM spendeert, als instituut voor avantgardistische recreatie, immers veel tijd in het Europese festivalcircuit; als gastsprekers of in een meer adviserende rol. In de loop van de tijd en aan de hand van vele gesprekken ‘on the road’ zijn hieruit de meest opmerkelijke en prachtige relaties ontstaan. Zo ook in dit geval.

Liverpool Sound City
WORM werd uitgenodigd om iets ‘anders’ toe te voegen aan het Liverpool Sound City (LSC) programma om dit zodoende meer in balans te krijgen. LSC is een gerenommeerd muziek evenement binnen de typisch Britse ‘summer pop festival’ traditie. Met de 2018 editie keerde men terug ‘to its (inner city) roots’. Oftewel het drukke herontwikkelde Baltic Triangle gebied. Dit in tegenstelling tot de voorgaande jaren met een meer ‘mainstream’ programma aangeboden in locaties buiten het centrum.

De nieuwe richting met alternatieve en back-to-basics programmering in kleine, soms tijdelijke, locaties liet een kleurrijk, om niet te zeggen eclectisch programma zien. Deze nieuwe aanpak werkte goed om bezoekers te trekken en ‘t festival het gewenste frisse, minder gestructureerde gevoel mee te geven. Toch moet opgemerkt worden dat de muziek binnen het dagprogramma grotendeels werd aangeboden door de overbekende ‘indie guitar bands’ die veelal een gebrek aan verbeelding en ervaring lieten zien.

Pirate Bay
Met WORM’s Pirate Bay wilden we op onze eigen manier muziek maken wat inhield; het compleet tegenovergestelde bieden dan al het andere op het programma. Deze Pirate Bay kan functioneren als een denktank, band, bibliotheek, mobiel les-centrum, fanzine ontwikkel faciliteit of zelfs mobiele disco van het meest obscure soort. Vanwege deze brede opzet deelde WORM een ruimte met het beruchte Liverpool Arts Lab (bekend van hun duistere werk voor KLF events) op een bovenetage van de Camp & Furnace.

Het aanpassingsvermogen van WORM kwam meteen al goed van pas, want een uur na aanvang begaf de kopieermachine (waarmee bezoekers de bronnen van de Pirate Bay zouden gaan kopiëren) het. Einde bibliotheek en vanaf dit moment was Pirate Bay een band!

In de context van LSC betekende dit drie dingen. Allereerst het zijn van een ‘antidote’ voor de tweedaagse optocht van jonge gitaarbands die, na enige tijd, allemaal hetzelfde gaan klinken. Om dit te tacklen creëerde Pirate Bay een ‘looped sound sculpture’ onder de naam Eternal Throb welke we doorlopend voorzagen van verse lezingen, tirades, gezangen en duetten met het publiek.

Een tweede ‘antigif’ ontstond langzaam in samenwerking met onze vrienden van Liverpool Arts Lab. Dit bestond uit een tweedaagse reeks optredens met de Arts Lab’s analoge skiffle band (met fluit, drums en toeters). Het vond zoals het uitkwam plaats in de zaal of op straat. Al snel participeerde het Liverpool Arts Lab in ‘The Throb’ en ontstond het geluid van echte samenwerking.

Het doel van Pirate Bay was tenslotte om het standaard festival enigszins op z’n kop te zetten. Om verwachtingen te verstoren. Door met vereende krachten alternatieve muziek te maken vormde we het perfecte ‘antigif’ voor de vele bezoekers die het oorverdovende lawaai van de op 95dB spelende gitaarbands wilden ontvluchten en hun heil zochten op de eerste verdieping van de Camp & Furnace.

De energie en het enthousiasme van het publiek (dat gedurende de twee dagen bleef groeien) vormde al snel de basis voor ons derde idee, geïnspireerd op ons kapotte kopieerapparaat.  Bezoekers werden uitgenodigd het kapotte apparaat volledig te verpakken in papier, daarmee de nadruk leggend op de volslagen overbodigheid van deze actie. Vervolgens werd de machine naar het midden van de ruimte gereden en herhaaldelijk gebruikt als een ‘heilig’ instrument in een jam die de gehele zondag duurde. Het werd het middelpunt voor de bezoekers die uitkeken naar ‘iets anders’…

Liverpool proeft
Het streven van WORM was echter breder, namelijk de kennis van de Rotterdamse scene introduceren in Liverpool. Onze LSC missie “Liverpool laten proeven hoe de Rotterdamse voorhoede denkt en functioneert” lieten we muzikaal vertalen door Rotterdamse helden Lewsberg en Venus Tropicaux. Beiden speelden op zaterdag in de gezellige Brick Street Venue.

Naar onze mening bezitten beide acts een zekere ‘Liverpool’ vibe. Hun stijl sluit goed aan op de lokale voorkeur voor bands die stoeien met psychedelia, garage en snappy post-punk met een vleugje Velvet Underground. Liverpool is in dit opzicht naar bands toe hard, maar rechtvaardig, dus als je genoeg ‘karakter en pit’ toont in je show krijg je de kans. Gelukkig bezitten beide acts dit ieder op hun eigen manier en stonden op dit terrein hun mannetje.

In een uitgebreid artikel op Gigwise kwamen de shows al aan bod. We willen hier aan toevoegen dat de skanky attack van Venus Tropicaux (tijdens een voor hun doen lange set van 40 minuten met extra glam & glitter) het publiek dat ‘attitude’ zocht duidelijk voor zich wist te winnen. De slow burning laid-back set van Lewsberg daarentegen bracht de vele psych en drone heads in deze stad in vervoering. De bands werden ervaren als een goede toevoeging op het reguliere LSC programma met de standaard namen; “…the secret continental acts that added an allure and otherness not provided by the standard names.”

Resultaten
Al met al een weekend van hard werken, multitasking en probleem oplossen, mede als gevolg van de Britse voorliefde voor veranderingen op het laatste moment. Tegelijkertijd kunnen we concluderen dat we – volgens het publiek – succesvol een artistiek-inhoudelijke bijdrage aan het festival hebben geleverd.

Een goede indruk van het overweldigende aanbod tijdens Liverpool Sound City geeft dit Engelstalige  artikel op de GetIntoThis site. Op ditzelfde platform een artikel waarin de beide
Rotterdamse acts gepresenteerd worden onder de kop: “Top 10 international acts to catch this year”. Op de mega-site Gigwise werd er vooraf als volgt ingezet op Lewsberg; “We pick the standouts from a huge line-up of emerging talent, left-field unknowns and cult heroes at this year’s Sound City”. Lees dit artikel hier.

Richard James Foster