11 februari 2014
•
Recensies
•
Edwin Wendt
De Paradijskerk in Rotterdam heeft zich al een aantal keren bewezen als een uitstekend poppodium. Vrijdagavond 7 februari presenteerde singer/songwriter Mark Lotterman er zijn vierde album Year Without Summer.
Rotterdammer Lotterman kiest op zijn nieuwe album voor introspectie. Meer nog dan op voorganger Funny zelfs. Immers: nergens klinkt het zo (schijnbaar) ongecompliceerd vrolijk als in November, het nummer op Lotterman’s vorige plaat dat zomaar een zomerhit had kunnen worden. Niet voor niets opende hij er vorig jaar mei zijn optreden in het Euromastpark mee tijdens het Bevrijdingsfestival.
Voor een avondje in festivalsfeer is de Paradijskerk natuurlijk niet de juiste plek, al kunnen sommigen het niet nalaten wat tegen elkaar te klagen over de beperkte horecavoorzieningen: “Da’s waar ook, in een kerk hebben ze natuurlijk geen bier.” Lotterman profiteert met zijn albumpresentatie van de gewijde sfeer die als vanzelf hangt in het uit 1910 stammende gebouw met achttiende-eeuws interieur. Een sfeer die zijn doorgaans melancholische songs past als een maatpak. Maar tussen de nummers door laat Lotterman de goed gevulde zaal letterlijk en figuurlijk ademen via grappige een-tweetjes met de bandleden en het publiek. “Jullie hebben niks te drinken, hè?,” klinkt het pesterig, net voordat Lotterman een slok water neemt. “Da’s ook kut, zeg.”
When I grow old I wanna join the Rolling Stones
Do something with my life that matters
I could play the tambourine, kazoo, whatever Mick and Keith would me
Do something with my life that matters
Het nummer Rolling Stones, één van de tien op het nieuwe album, zou zomaar autobiografisch kunnen zijn. Ook de leeftijd klopt. Gelukkig schopt hij zijn betoog aan het slot van het refrein zelf onderuit:
I’m 29 and not much of a success
I’m not sure if the things I do will last
But then again who is?
“En nu een liedje over een homo,” kondigt Lotterman aan, waarbij hij het woord ‘heaumeau’ uitspreekt als de eerste de beste voetbalhooligan. Lotterman is er niet de man naar in zijn songs op de barricaden te staan voor homoseksuele, heteroseksuele of welke andere vorm van liefde dan ook. Ook niet op de openingsavond van Poetin’s Spelen. Liefde is liefde, en als de aangesprokene in een tekst toevallig een keer een ‘he’ is en geen ‘she’, gebeurt dat schijnbaar terloops en is het aan de goede verstaander ermee te doen wat hij wil.
Net als Rolling Stones heeft ook Leaving For School alles in zich om een autobiografisch nummer te zijn.
In the village where I was born
There was this road I took to school
Past the church and graves
With my father’s hand in mine
When he got sick I walked alone
And at the church I prayed
When he died I crossed past the graves
Oh, it’s been a while
Loopt hier inderdaad zoon Lotterman aan de hand van zijn vader door het Mijnsheerenland van de jaren tachtig of zijn elementen uit zijn jeugd (of die van iemand anders) verwerkt in een fictieve tekst? Uiteindelijk doet het er niet echt toe en kun je slechts bewondering hebben voor de songschrijver Lotterman die ook hier kiest voor een onverwachtse wending in de tekst:
Today I walk that road again
But I started at school
And at the church and school
I held my head up high
But when I reached the house
I burst into tears
I saw a kid leaving for school
With a twinkle in his eye
Oh, it’s been a while
Op het album is singer/songwriter Tessa Douwstra (Orlando, Wooden Saints) aanwezig als duetzangeres op het nummer Indie, dat een paar sneren naar de muziekjournalistiek bevat:
T : You don’t play indie folk?
M : Don’t even know what indie means
You can write the following down in your little magazine:
I once had a dog called Indie, he had cancer in his knee
When he couldn’t walk no more
The vet put him to sleep
Tijdens de albumpresentatie is haar rol groter en zingt ze ook mee op enkele andere nummers, waaronder Rolling Stones. Hoewel Lotterman de zaak het grootste deel van het concert ‘klein’ houdt, en vaak met slechts zijn eigen akoestische gitaarbegeleiding zingt, staan er tijdens sommige nummers zes mensen op het podium. Leon den Engelsen (piano en accordeon) en Frank Jonas (gitaar) worden met een stevige knipoog aangekondigd: “Leon heeft conservatorium gedaan, Frank is er zelfs docent!” Dat Frank het nieuwe Lotterman-album heeft geproduceerd, wordt in de loop van de avond de running gag (‘Had ik al verteld dat Frank de producer van de plaat is?‘).
Mark Lotterman – Year Without Summer
Met zijn vorige album Funny heeft Mark Lotterman de lat enorm hoog gelegd. De eerste indruk van het nieuwe werk tijdens het concert is dat de nieuwe songs nog niet direct met dat werk kunnen wedijveren. Maar al na drie keer beluisteren van het album verraadt de schoonheid van Year Without Summer zich en blijkt Lotterman het opnieuw geflikt te hebben.
Lotterman’s vierde plaat verdient het in zijn geheel beluisterd te worden (liefst meer dan één keer dus). Wie toch gaat voor de sneak peek, moet in elk geval The Hell That We Create, Scenes From Childhood en het ruim zeven minuten durende Brighton proberen waar het de ingetogen songs betreft.
Indie (de single, waarvan deze week ook een video uitkomt) is van de wat meer uptempo songs het prijsnummer.
Edwin Wendt