18 april 2013
•
Columns
•
Leonor Jonker
Postzegelverzamelaars en trainspotters zijn niet de enigen die weten wat verzamelwoede is – ook muziekliefhebbers kunnen erover meepraten. De een lijdt aan Bieber-fever (goddank niet besmettelijk) of Beatlemania en verzamelt alle merchandise van zijn favoriete band/ Bieber, de ander vergaart het luchtledige in de vorm van downloads en lijnrecht daartegenover staat een verzameldrift die in het digitale tijdperk terug is with a vengeance: vinylmania.
Vinylmania is mij niet onbekend. Een paar dagen geleden keek ik op goed geluk in de F-bak (The Fall? Franz Ferdinand?) van de Haagse platenzaak Empire Records, toen mijn vriend me opeens een hoes onder de neus duwde. Een beetje verstoord keek ik op: een wit-zwart-rode hoes met een geschminkt stel in de spiegel gefotografeerd en rode lippenstiftletters: Vive La Fête. Hun beste album: Nuit Blanche. Ik wist niet hoe snel ik de plaat moest afrekenen. Ik weet nog goed dat ik de track Noir Désir voor het eerst hoorde, in de inmiddels verdwenen platenzaak Lalaland. Het album was net uit en ik verliet de winkel die middag in 2003 mét cd. Als ik nu terugdenk aan het vinyl in Lalaland voel ik mijn verzamelaarhart ineenkrimpen.
Alle nieuw verschenen albums die ik tot 2011 heb verzameld, heb ik op cd gekocht. Toen ik eind jaren negentig naar muziek ging luisteren was de cd op z’n hoogtepunt. Vinyl was iets uit de prehistorie, de compact disc had voor een boom in de muziekindustrie gezorgd en er werd dankbaar gebruik gemaakt van de nieuwste computertechniek voor het ontwerp van flashy hoesjes en video’s (zie Boom Boom Boom Boom van de Vengaboys ter uwer lering en vermaak). Ik heb zelfs nog een stapel cd-singles die me het schaamrood op de kaken brengen (ik zal verder niet in details treden, maar Lilali van Kim Kay was mijn eerste single). Niet zo vreemd dus dat ik cd’s bleef kopen in de jaren die volgden, via Nirvana en de Red Hot Chili Peppers naar uiteindelijk ‘77 punk, postpunk en bands als The Strokes en Franz Ferdinand.
Al die tijd had ik wel een platenspeler waar ik af en toe David Bowie’s Ziggy Stardust of de Talking Heads op draaide – platen van mijn ouders – maar het duurde nog even voor ik ook platen ging verzamelen, eerst alleen nog van (post)punk bands. Mijn verzamelwoede werd pas echt ontketend toen ik iets meer dan een jaar geleden besloot om helemaal op vinyl over te stappen, met het gevolg dat ik nu mijn hele (Kim Kay uitgezonderd) oude cd-collectie op vinyl probeer terug te kopen en op zoek ben naar platen van de Libertines, The Kills, The Rakes, Dresden Dolls, The Strokes en dus Vive La Fête. Er leeft een vage angst in me dat ik ooit nog een keer wil terugschakelen en het hele circus opnieuw moet beginnen: al het vinyl afgedankt en naarstig op zoek naar de originele cd-uitgaven. Een worst case scenario.
Nu ik eenmaal voor dit medium (mijn boekenmanie laat ik hier even buiten beschouwing) heb gekozen, probeer ik het daarbij te houden. En dan zie je opeens een Harry Merry cassette in de Wormshop, verpakt in een prachtig vormgegeven felgeel hoesje. Wat te doen? Kopen of niet? Zijn cassettes terug? Ooit waarschuwden platenhoezen: ‘hometaping is killing music’: het cassettebandje als gezworen vijand van de plaat. Nu vinyl een bloei doormaakt in het era van de mp3 – de moderne variant van de cassette – duiken cassettebandjes ook weer vaker op. Inmiddels verwijst de cassette vooral naar do it yourself vóór het digitale tijdperk, toen je nog een piratenzender moest opspeuren en nummers één voor één moest tapen om een eigen compilatie te maken: heel wat anders dan een playlist bij elkaar downloaden.
In de jaren tachtig boden cassettes ongekende mogelijkheden, vooral voor punkbands die in het kraakcircuit opereerden. In de DDR ontstond zelfs een ‘Magnetbanduntergrund’: undergroundbands waren gedwongen om hun muziek buiten het zicht van het alomtegenwoordige regime te verspreiden. Cassettes waren het perfecte medium: ze werden in kleine oplages gemaakt met gekopieerd artwork en vervolgens door fans verder verspreid. Het zijn kleine kunstwerkjes met historische waarde, herinneringen aan het DDR-era. Gelukkig zijn die cassettes praktisch onvindbaar, want anders zou ik ze allang verzamelen.
Vandaar ook mijn aarzeling om de Harry Merry cassette te kopen: begin ik eenmaal, dan is het hek van de dam. Ik ben nou eenmaal een verzamelaar. Als kind verzamelde ik (in willekeurige volgorde) schroeven, kroonkurken, stenen, flippo’s, fossielen, theezakjes, strips, stickers, Teenage Mutant Ninja Turtles, m&m’s, smurfen, sleutelhangers, spaarpotten, vampiers, knuffels, dino’s en glitter. Nou kunnen die laatste twee categorieën nog muzikaal verantwoord zijn, maar al met al mag ik nog blij zijn dat mijn verzamelwoede zich tegenwoordig vooral richt op boeken en platen. Voor hetzelfde geld had ik nu cursussen ‘creatief met theezakjes’ gegeven in een woonkamer met m&m behang en glitterkussens.
Overigens bleek de Vive La Fête plaat, een dubbelalbum, twee keer dezelfde platen te bevatten, met alleen kant c en d, twee keer. Die zoek ik dus nog steeds. Niemand zei dat het makkelijk was, vinyl verzamelen. Of zou het een waardevolle miss print zijn?
Leonor Jonker
Leonor Jonker is schrijver van het boek ‘No Future Nu’ (Lebowski Publishers, 2012). Ze organiseert regelmatig optredens voor punk acts als 999, The Members, John Cooper Clarke en Attila the Stockbroker.www.nofuture.nu.