Interview: Nathalie Houtermans (Katie Kruel)

“Dit zijn zware tijden voor de liefdevolle mens en dat verandert niet door je kop in het zand te steken.“ Een interview met zangeres Nathalie Houtermans van Katie Kruel naar aanleiding van de release The Rise and Fall of Cannibal Planet.

Op vrijdag 15 februari presenteert Katie Kruel haar (taalkundig onjuist, maar met zo’n bandnaam kan het natuurlijk niet anders) nieuwe album The Rise and Fall of Cannibal Planet tijdens een optreden op het voormalige Britse lichtschip V11 aan de Wijnhaven. Het heeft na de relatief minder donkere ep Curse, ruim twee jaar geduurd, voordat de vaste kern van de band, Nathalie Houtermans (zang) en Hans Dirksen-Smits (gitaar), de juiste toon (en nieuwe bandleden) gevonden hadden om het thematisch zware album The Rise and Fall of Cannibal Planet op te nemen.

Voor deze release vond de band een nieuw onderdak bij het label Seja Records en zocht voor de vormgeving samenwerking met de bekende Rotterdamse kunstenares Silvia B. Het resultaat mag er zijn en vormt nu al een van de meest bijzondere en gedreven platen van 2019. Zowel muzikaal als tekstueel valt het album op in eigenzinnigheid en diepgang (waarbij de dieptes soms extreem donker kunnen zijn). Reden genoeg om in gesprek te gaan met het gezicht en dé stem van de band, Nathalie Houtermans, die ook verantwoordelijk is voor de teksten.

Rob Veltman (RV): De titel van jullie nieuwe album doet in eerste instantie denken aan een spannende science fiction-film, maar in de titelsong wordt al vrij snel duidelijk, dat die planeet uit de titel onze eigen aarde betreft. Een planeet waarop, zoals de tekst zegt, de mensen “eat and are eaten, feed and are fed on” of men jaagt of (op)gejaagd wordt. Eigenlijk komt dit thema op het hele album meerdere malen terug. Is het zo slecht gesteld met de mensheid volgens Katie Kruel?

Nathalie Houtermans (NH): Met de mensheid niet, maar wel met de huidige gesteldheid van de (westerse) mens: neoliberalisme, consumptiemaatschappij, verregaande individualisering.

The Rise and Fall of Cannibal Planet kaart eigenlijk op microniveau aan hoe een politiek-maatschappelijk systeem – dat gebaseerd is op een extreem egoïstisch denken, geleid door narcistische leiders – doorwerkt: de destructieve werking op onze directe, dagelijkse omgang met andere mensen en met onze omgeving. Als je je naaste en de rest van ons ecosysteem ‘consumeert’, consumeer je jezelf uiteindelijk ook. Je maakt tenslotte deel uit van dat ecosysteem, hoe hard men het ook vaak probeert te ontkennen. Dit zijn zware tijden voor de liefdevolle mens en dat verandert niet door je kop in het zand te steken.

RV: Welke rol zie je weggelegd voor een band als Katie Kruel? Wat kan jullie muziek betekenen?

NH: Dit is volgens mij niet de tijd voor lekker cocoonen met wollige liefdesliedjes, noch voor uitgeholde apocalyptische visioenen uit een sprookjesversie van het Satanisme of met een wereld vol zombies. Dit is harde realiteit.

Ik kan zelf niks met pamfletisme in welke artistieke uiting dan ook, dus ik probeer mijn gevoelens te vertalen naar songs, die op menselijke schaal laten doorvoelen wat de gevolgen zijn van ons gedrag. Ik hoop dat het louterend werkt voor de mensen die ervoor open staan en een heel klein beetje effect heeft op het gedrag van die mensen of op zijn minst steun geeft. Voor de rest heb ik, samen met de band, gewoon geprobeerd hele goede songs te schrijven, die niet van je afglijden, maar onder je huid kruipen.

RV: Het album begint met een bewerking van een Schots-Amerikaanse traditional die eerder ook gecoverd werd door ondermeer Karen Dalton en Nick Cave. In het nummer is Katie Cruel een vrouw die eerst gevierd en daarna met de nek aangekeken wordt. Onmachtig om verkeerde keuzes uit het verleden te keren en niet in staat om toekomstdromen te verwezenlijken. Rusteloos. (“If I was where I would be. Then I’d be where I am not. Here I am where I must be. Where I would be, I can not”). Het nummer is eigenlijk al een voorafschaduwing van de nummers erna, waarin steeds gezocht wordt naar een eigen plek, rust en stilte en vooral ook lucht.

NH: Mooi gezegd. Het nummer Katie Cruel is de reden waarom wij Katie Kruel heten. De versie van Karen Dalton sloeg bij mij in als een bom. Toen ik het voor het eerst hoorde had ik een aantal zeer heftige jaren achter de rug, waarin ik weinig contact met de buitenwereld had. Ik stapte vervolgens vol goede moed weer de wereld in en merkte dat er totaal anders op me werd gereageerd dan voorheen. Het nummer, zeker gezongen door Karen Dalton, belichaamt dat gevoel heel goed. Een van de acties om die onmacht te doorbreken, was het beginnen van een nieuwe band met Hans. We maken al een eeuwigheid samen muziek, zowel in bands als daarbuiten en het was hoog tijd voor een frisse start.

Katie Cruel als een geuzennaam toe-eigenen was daarbij een logische stap. De C veranderen in een K leek ons cool en ook handig om op internet sneller gevonden te worden.

RV: Adem(en) is een ander thema dat vaak terugkomt in de teksten. Het nummer Asphyxiation is een vertelling over de wijze waarop de uitdrukking “take my breath away” een wel heel letterlijke betekenis krijgt. In het titelnummer zing je vervolgens “breathing is for the meek”. Kan je uitleggen wat je hiermee bedoelt?

NH: De inspiratie voor de teksten van de nummers komt bijna altijd tot stand door een combinatie van associaties, flarden van dingen die ik zie, hoor of meemaak. Asphyxiation is bijvoorbeeld beïnvloed door mijn voorliefde voor murder ballads en ultratrage detectiveseries, maar vooral ook door een situatie in mijn leven waarin mij eerst figuurlijk en daarna helaas ook letterlijk de adem werd weggenomen. Andere referenties aan ademen, ook bij de song Cannibal Planet, zijn ook daarop terug te voeren.

RV: Een van de meest bijzondere nummers op het album is voor mij het nummer Still dat niet alleen opvalt door de instrumentatie met cello [prachtig bespeeld door Nina Hitz; RV] maar ook door het enorme contrast door de schreeuw om stilte en de rust die daarop volgt. Ik heb de indruk dat het hier om zowel de rust en stilte buiten als binnen (“quiet in my head”) gaat.

Ook in het nummer The March zing je op zoek te zijn naar “quietness and peace” in het midden van de nacht.

NH: Still is een van de, tekstueel gezien, meest geïmproviseerde nummers van het album. Dat is bewust zo: de tekst verandert steeds naar gelang het perspectief waarvan uit ik zing. Maar in grote lijnen gaat het om een noodschreeuw om even alles stop te zetten: alle drukte van binnen en buiten. Het stoppen, de stilte en rust, zijn als een vorm van verzet tegen de enorme overvloed aan prikkels die onze hersenen doen koken. Still is ook heel bewust het middelpunt van het album, het moment waar nog contemplatie mogelijk is, in de songs daarna vliegt alles definitief uit de bocht.

Bij The March is het meer het vredige van de nacht zoeken, omdat binnen vier muren geen rust te vinden is. De rust van The March is niet het stilstaan, maar de cadans, het ritme van het lopen en de herhaling, die de rust voor het hoofd moet brengen. Vandaar ook die extreme vorm van slagrijm: steeds hetzelfde laatste woord bij de regels van de coupletten.

RV: De liefde komt er wat bekaaid van af op deze plaat. Naast het genoemde Aspyxiation waarin de liefde uiteindelijk leidt tot moord, bezing je in Blemish een vrouw in een relatie die getypeerd wordt door huiselijk geweld. Het nummer Lover (dat ook de eerste single was met een sterke videoclip) lijkt nog het meest op een lovesong, alhoewel het mij toch meer om de pure zinnelijke liefde gaat, waarin het gaat om overweldigen en overweldigd worden. Of vergis ik mij?

NH: Blemish gaat over een vrouw die zichzelf niet meer herkent in de spiegel, een vorm van depersonalisatie. De man in het verhaal kan de boosdoener van het trauma zijn, maar kan ook een beeld zijn dat uit die depersonalisatie voortkomt. De vrouw heeft het gevoel alsof ze zich in een film noir bevindt. Is ze dit zelf of speelt ze in een film? Liefde is hier inderdaad ver te zoeken.

Niet alleen de liefde komt er bekaaid af overigens op het album, maar alle intermenselijke relaties, maar in de liefde is het narcisme waarover ik hierboven spreek, het meest destructief.

Grappig dat je Lover zo interpreteert: voor mij heeft het veel meer te maken met de verwoede pogingen om voorbij de woorden te komen, voorbij het denken te belanden. Ik zie het niet als overweldigen, maar als hartstochtelijke poging om te versmelten met iemand, dus juist zo dicht mogelijk tot elkaar te komen. Het punt waar het verstand overgaat in lichaam.

 

RV: Genoeg over de teksten, ook de muziek vormt een onlosmaakbaar element wat betreft het thema. De band heeft in de afgelopen jaren wat personeelswisselingen beleefd. Met dit album lijkt Katie Kruel de juiste vorm gevonden te hebben door de geheel nieuwe ritmesectie (bas en drums).

In vergelijking met de uitstekende voorganger, de ep Curse, lijken jullie deze keer gekozen te hebben voor een zwaarder en donkerder geluid.

NH: Ja inderdaad. We zochten al jaren naar een zwaarder geluid, maar als je niet in clichés wil vervallen en echt naar een eigen geluid zoekt, is het moeilijk om daar de juiste combinatie van muzikanten bij elkaar te vinden. Probeer maar eens mensen te vinden bij vage ideeën als het hypnotische van stoner, het zware van sludge, het donkere van doom en het zompige van swamp blues, maar dan niet binnen het standaardidioom van dergelijke genres.

Hans en ik zijn heel erg blij met Martin [Kooy] en Jacob [van der Linden], onze huidige ritmesectie en zij ook met ons hoop ik. Muzikaal gezien, maar ook qua persoonlijkheden klikt het verrassend goed, terwijl we toch nogal uiteenlopende, rare types zijn.

Die eigenwijsheid is trouwens bijzonder onpraktisch omdat het totaal onmogelijk blijkt om ons in een genre onder te brengen, hetgeen blijkbaar nogal een probleem is voor programmeurs e.d. Terwijl we een publiek hebben dat daar blijkbaar geen moeite mee heeft.

RV: Voor dit album kozen jullie opnieuw (zoals ook eerder bij Curse) voor Chris van Velde als producer. Wat maakt dat de keuze juist opnieuw op hem gevallen is. Wat is zijn invloed op het uiteindelijke geluid van het album?

NH: Chris is echt een heel erg fijn mens om mee te werken. Naast zijn hele specifieke kwaliteiten als geluidstechnicus en producer, vind ik dat persoonlijk echt heel erg belangrijk. Hij denkt heel goed mee en geeft geweldige suggesties (zoals bijvoorbeeld het gebruik van (analoge) bandecho bij een paar nummers), maar drukt nooit zijn mening door. Bovendien staat hij voor een soort rauw, ongepolijst geluid waar we heel erg van houden. We wilden niet een soort standaard breed metalgeluid maar juist het donkere, het zware zoeken in een geluid dat heel dichtbij komt, dat onder je huid gaat zitten. In plaats van een geluidsmuur die op je af komt. En dan moet je Chris hebben, dus.

RV: Het artwork voor de cd, van de Rotterdamse kunstenares Silvia B., is werkelijk prachtig en sluit naadloos aan bij de thematiek van het album. Hoe kwamen jullie in aanraking met haar werk?

NH: Ik ken Silvia al heel erg lang, nog van de tijd dat ik zelf op de kunstacademie zat. Ik bewonder haar werk al jaren, maar was nooit in de gelegenheid om haar uit te nodigen voor een van mijn projecten [naast muzikant is Nathalie ook curator en initiator van kunstprojecten; RV]. Het leek me leuk om er een traditie van te maken om een kunstenaar uit te nodigen om een special edition te maken bij iedere nieuwe release. Daar zijn we met onze cassette van de ep Curse mee begonnen met Marie-Louise Elshout en dat is goed bevallen. Het bleek dat Silvia onze muziek ook goed vond, toen ze bij een optreden aanwezig was. Toen heb ik een beetje verlegen gevraagd of ze mee wilde werken aan een special edition. Ze bleek superenthousiast en leverde beeldmateriaal als idee aan. Een aantal beelden dekte perfect de lading van het album en gebruiken we nu, en niet alleen voor de special edition.

RV: Het album komt uit bij Seja Records, dat met name bekend is door releases op het gebied van (post)punk en darkwave. Jullie album valt niet direct in een van deze categorieën.

NH: We kennen Seja Records via een vriend, die samen met de eigenaar van Seja, Johan Buurke, een psychedelische punkband heeft, The Reuters. Seja mag dan wel heel een hele specifieke identiteit hebben, Johan heeft een veel bredere smaak. Het bleek dat hij op zoek was naar zwaarder werk, zonder echt de donkere sfeer los te laten en vond Katie Kruel een perfecte band daarvoor. Bovendien vond hij de album opnames die we hem stuurden echt oprecht geweldig, dat was natuurlijk het belangrijkste voor ons. Het is dus voor beide partijen wel even spannend of het publiek ons weet te vinden via Seja, maar we hebben er alle vertrouwen dat dit gaat lukken.

Het album The Rise and Fall of Cannibal Planet is vanaf 15 februari verkrijgbaar op cd of als digitale download

Volg Katie Kruel op Facebook voor het laatste nieuws en shows en kijk ook eens op hun website!

De presentatie van het album vindt plaats op 15 februari in V11 en Katie Kruel zal daar vergezeld worden door een aantal gasten, waaronder waaronder Teenage Slaves of Satan, het illustere samenwerkingsverband tussen Rotterdammer Ed Romijn en Limburgse kunstenaar en muzikant Joan van Barneveld (Viberider).

Ook zal er werk van de Rotterdamse kunstenares Silvia B., die verantwoordelijk is voor het prachtige artwork, geprojecteerd worden.

Tourverslag: Golden Caves in de UK

Vanuit Music Export Rotterdam worden doorlopend ondernemende Rotterdamse muzikanten ondersteund die bezig zijn ook voet aan de grond te krijgen buiten de landsgrenzen. Golden Caves toerde af naar de UK.

Dag 1:
Na maandenlange voorbereiding was het op 6 oktober 2018 eindelijk zo ver. Onze UK tour ging van start! Maar voordat we de zee richting Engeland overstaken, stond er eerst nog een optreden op het programma, namelijk ProgPower Europe in Baarlo. Vertrek vanuit Rotterdam met onze Caves-mobiel. Het blijft altijd lastig om als eerste band van de dag de spits af te bijten maar tot onze grote verbazing stond de hele zaal, om 14:00u ’s middags wel te verstaan, bomvol met +- 400 progfans. Het geluid op podium was te gek en de gig was echt genieten. We kregen heel veel energie terug van het publiek en naderhand hebben we ook veel positieve reacties mogen ontvangen. Het is echt een bijzonder gebeuren daar op ProgPower. Als je een liefhebber bent van progmuziek is het echt the-place-to-be. Het voelt aan, op een prettige manier, als een familiebijeenkomst van mensen met dezelfde muzieksmaak. Wij hebben ons echt deel van die familie gevoeld en als ik voor mijzelf spreek ben ik er volgend jaar weer bij maar dit maal als bezoeker. Helaas hebben we de bands die na ons speelden moeten misse,n want de boot lag in Hoek van Holland op ons te wachten.

Dag 2:
De volgende ochtend kwamen we met de Stenaline Ferry aan in Harwich en we hadden meteen een flinke reis voor de boeg richting Chepstow, Wales. Volgende gig op het programma was het Summer’s End Festival, het oudste progfestival van Groot-Brittannië, waar zo’n beetje alle grote namen uit de scene hebben gespeeld. Deze gig was eigenlijk de kickstarter van onze tour. Samen met de Amerikaanse band Edensong en onze vrienden van Sky Architect (Rotterdammm!), die beiden overigens ook op Summer’s End hebben gespeeld, hebben we samen andere zalen benaderd om een avondvullend programma aan te bieden. Op deze manier hebben het toch voor elkaar gekregen om meerdere opeenvolgende gigs achter elkaar te plannen.

Na een lange rit waren we precies op tijd bij de venue aangekomen in Chepstow. Ik had zelf een grote zaal verwacht, maar eigenlijk was het meer een soort ‘townhall’ dat voor een weekend was omgetoverd tot een concertzaal. Bij ProgPowerEurope was onze soundcheck echt uitzonderlijk goed mede dankzij de geluidsman (ben helaas zijn naam vergeten) maar helaas was de geluidsman op Summer’s End minder bekwaam. Maar ach… we hebben wel eens voor hetere vuren gestaan en het blijft bijzonder om voor zoveel mensen te mogen spelen. Voor veel bezoekers was het hun eerste kennismaking met onze band en getuige de recensies en onze merch-verkoop is onze muziek wel in goede aarde gevallen. Ook hebben we veel mensen nogmaals mogen verwelkomen bij onze andere gigs in de UK. Qua accommodaties was het allemaal top geregeld door de organisatie en hebben we, na het zien van de andere bands, bij het hotel nog even kunnen chillen met de band Edensong waarmee we de komende dagen op zouden trekken.

Na een lange dag en nacht toch maar vroeg uit te veren gegaan om tijdens het hardlopen nog even wat sightseeing te doen waarvan Chepstow Castle toch wel een hoogtepuntje was.

Dag 3:
Op naar Wolverhampton! Om samen met onze vrienden van Sky Architect en Edensong de ‘Robin2’ te rocken. De Robin2 heeft in Engeland echt een epische status. Bands als Led Zeppelin hebben daar zelfs nog op het podium gespeeld. We kwamen al vroeg aan op locatie en na het uitladen ben ik er wederom op uitgegaan om Wolverhampton te verkennen. Wolverhampton staat bekend als een arbeidersstad a.k.a. ‘Black County’. ‘Black’ als in vervuild, en zo’n indruk maakte het nog steeds op mij. Een troosteloze bende is misschien een betere omschrijving maar als je ziet welke artiesten hier vandaan komen is al die grauwheid misschien toch nog ergens goed voor geweest.

Na twee dagen op rij voor behoorlijk wat mensen te hebben gespeeld was vanavond toch wel even andere koek. Maar in zo’n grote zaal als de Robin2 lijkt het al snel alsof je voor een klein publiek speelt. Een vreemde gewoonte van het publiek was om op stoeltjes aan de zijkant te gaan zitten waardoor er in het midden een gapend gat ontstond. Heel apart. Maar de mensen waren er naderhand niet minder enthousiast om. We hebben ons wederom goed vermaakt en het was tof om weer een beetje Rotterdams te lullen met de gasten van Sky. Na de nodige alcoholische consumpties rolden we zo ons bed in want het hotel zat pal naast de zaal.

Dag 4:
Na het uitzwaaien van Sky Architect reden we van Wolverhampton all-the-way-south naar de kust van Southampton om daar te spelen in ‘The 1865‘ met Edensong. In tegenstelling tot Wolverhampton was Southampton wel prachtig om te zien. Veel historische gebouwen en een bijzonder lange Normandische stadsmuur om de havenplaats heen. ‘The 1865’ voelde aan als een theaterzaal met een geweldige akoestiek. Voeg daar een goede geluidsman aan toe (shoutout to Pete) en je hebt de ingrediënten voor een topavond voor zowel luisteraar als band. Vooral Edensong was deze avond weergaloos goed, wat een bijzondere band! Ga ze checken mensen!

Dag 5:
Leicester here we come! Logistiek gezien was het natuurlijk veel handiger geweest om van
Wolverhampton naar Leicester te gaan maar helaas gaat het plannen van een tour niet altijd zoals je dat wilt en ben je ook afhankelijk van de beschikbaarheid van een zaal. Maar ik moet eerlijk toegeven dat het ook wel weer iets heeft om met z’n allen in zo’n bandbus onderweg te zijn naar een optreden. Kilometers aan de linkerkant van de weg karren door een prachtig land. Het voegt in ieder geval wel iets extra’s toe aan de tour-beleving. Next venue… The Musician! Erik en Tim voor The Musician ‘The Musician’ is een heel klein en knus zaaltje dus het was wel even wennen om zo compact op het podium te staan. Natuurlijk zul je net zien dat er, gelukkig tijdens de soundcheck, apparatuur kapot gaat op tour. Dus het was heel fijn dat we een versterker mochten gebruiken van de gitarist van ‘Those Amongst Us Are Wolves’, de band die voor ons de avond opende. Helaas was dit de laatste gig samen met Edensong maar gelukkig hebben we nog met een aantal van hun bandleden een borrel kunnen doen in de stad. Er was tijdens de tour een super goeie chemie tussen onze bands en we hopen zeker in de toekomst weer samen te gaan spelen!

Dag 6:
London Baby!
Na een ongemakkelijke overnachting bij een AirBnB, we sliepen bij de Indische host in huis die ons overigens deed denken aan Apu van The Simpsons, gingen we richting de hoofdstad van Engeland. Ga je op tour in Engeland dan kun je London natuurlijk niet overslaan. Voor die avond waren de verwachtingen niet hoog gespannen. ‘The Biddles Bros’ was en is immers een heel klein kroegje. Maar tijdens het spelen stroomde het kroegje helemaal vol met mensen en ze bleven aandachtig naar ons luisteren. Zo werd het spontaan toch een hele leuke avond.

Dag 7:
Wat ik iedere band aan kan raden is om toch even een ‘day off’ te nemen om even lekker de toerist uit te hangen. Wat is London een f*cking grote gave stad! Natuurlijk hebben we Denmark Street en Camden Town niet overslagen. Gelukkig kon ik mijn portemonnee op de knip houden met al die gitaarwinkels om mij heen. Omdat foto’s meer zeggen dan woorden… zie hieronder een sfeerimpressie van London.

Dag 8:
Na een overnachting in een, in tegenstelling tot het vorige, hele fijne Airbnb ergens in de suburbs van London was onze laatste gig in het zicht. Niet zomaar een stukje rijden maar echt een kolere eind richting het noorden naar Huddersfield nabij Manchester. Na zo’n lange rit merk je wel dat touren enorm veel energie van je vergt. Rijden naar de venue, uitladen, soundchecken, eten, spelen, afbouwen, inladen, naar het hotel rijden, slapen en deze ‘loop’ zet zich continue voort. Maar het avontuur en de enthousiaste reacties van de bezoekers staan daar tegenover en dat maakt een hoop goed!

Eenmaal bij ‘The Parish‘ aangekomen werden we getrakteerd op een heerlijke maaltijd. Vlak voor aanvang van de gig zag het bezoekersaantal er niet veelbelovend uit. Maar gelukkig trok Romy haar stoute schoenen aan en heeft ze toch nog een aanzienlijk aantal toeschouwers naar binnen weten te sleuren. Tot onze grote verbazing was er een fan, voor de derde keer deze tour, aanwezig die vijf uur lang in de auto heeft gezeten om ons te zien!! Het optreden liep door omstandigheden behoorlijk uit en na de laatste noten te hebben gespeeld hebben we zo snel mogelijk de bus weer ingeladen om nog wat slaap te kunnen pakken. De wekker ging al om 04:00u en volgens mij waren we pas om 02:00 bij het hotel. Elise en ik, de chauffeurs voor de terugreis, hebben nog een korte powernap gedaan en de rest van de band heeft nog een paar uurtjes doorgehaald in de kroeg.

Dag 9:
04:00u loeide de wekker al! We hadden wederom een lange reis voor de boeg richting Harwich met als doel op tijd te zijn voor de boot. Gelukkig was het heerlijk rustig op de weg en mijn ultieme tour-moment beleefde ik al rijdend door het glooiende landschap van Essex verlicht door een opkomende zon met 4 snurkende bandleden om mij heen. We kwamen stipt op tijd aan voor de boot. Nog even wat slaap bijgetankt in onze cabines en bij het eten konden we proosten op een hele geslaagde tour. ’s Avonds kwamen we weer aan in Rotterdam en was de tour officieel ten einde.

Wat een te gek avontuur hebben we met elkaar beleefd! Natuurlijk mede dankzij de subsidie van Popunie; Music Export Rotterdam. Het is toch altijd maar afwachten hoe zo’n tour verloopt als je alles vanuit Nederland communiceert maar de tour verliep eigenlijk best wel gesmeerd. Ook als band onderling hebben we helemaal geen narigheid gehad en was de vibe super goed en positief. Het is dan ook wel fijn dat we al 6 jaar lang een hechte band zijn dus inmiddels weten we wel wanneer we elkaar wat de ruimte moeten geven. We hebben de hele tour zelf op poten gezet; het oprichten van een Stichting, het regelen van de gigs, de subsidies etc. dus we zijn enorm blij dat we het hebben geflikt. Dus ik stel voor dat dit zeker niet de laatste tour is maar het begin van veel meer buitenlandse avonturen!