Servants Of The Apocalyptic Goat Rave – Queen of Darkness

  • Queen Of Darkness

  • Servants Of The Apocalyptic Goat Rave
    • Genre: loud music, dark electronics
    • Release-type: album, vinyl, cassette, digitaal
    • Label: Svart Lava

21 seconden. Zo lang duurt het voordat de eerste overstuurde bassdrum vanuit het gabber- en blackmetalfeest in de hel aankomt bij je trommelvliezen. 52 seconden later voegt zich daar de eerste 90’s rave-synthesizer bij, waarna het pandemonium volledig escaleert.

Oftewel: welkom in de wereld van de Servants Of The Apocalyptic Goat Rave, de Rotterdams-Belgische extreme-electronics-act van Pagan Bacchus (alter ego #100 van de Rotterdamse bassist en alleskunner Jason Kohnen, beter bekend als Bong-Ra) en Illkid (het Belgische breakcore-icoon Sickboy). Samen hebben zij – ongetwijfeld in een orgie van bloed, salpeter en geslachte geiten – met Queen Of Darkness een nieuwe demon op de aarde gezet.

In eerste instantie zijn deze acht niveaus van de hel niet bijster prettig bewoonbaar. Wie denkt even een plaatje op te zetten, glaasje wijn erbij, blokje kaas, romantisch avondje met het vrouwtje op de bank, die komt van een koude, zwarte, terminale kermis thuis. En dat is maar goed ook. Wie blackmetal combineert met breakcore en daar iets knuffelbaars van maakt, die doet iets fundamenteel fout.

Gelukkig doen Servants Of The Apocalyptic Goat Rave veel meer dan alleen rammen, raggen, beuken en bashen. Neem de titeltrack van Queen Of Darkness, dat tussen alle lagen blastbeats, gitaarriffs, drumcomputers en satanisch geschreeuw stiekem, heel stiekem, heel veel sfeer en melodie bevat.

Die bonte combinatie van enerzijds extremisme en anderzijds melodie & sfeer trekken Bong-Ra en Sickboy de voltallige 26 minuten (zo’n trip door de hel moet ook niet te lang duren) prachtig door. Soms met uitzichtloze gruizige ambient (Kali Rises, End Of Chaos), soms met melancholische industrial (Destroyed, Xiombarg), soms met symfonische akkoorden (Scourge) – en soms door gewoon echt snoei- en snoeihard te rammen (Worship, Mortal Bodies).

 

Queen Of Darkness kost minimaal je zielenheil en laatste kans op de toegang tot de hemel, maar het is het waard.

 

Volg SOTAGR op Facebook.

Extra informatie
Op 18 april staat Servants Of The Apocalyptic Goat Rave (samen met onder meer de minimaal even zo mysterieus-occulte Phurpa en The Nent) in Worm tijdens Dark Night Of The Soul als opmaat voor hun Roadburn optreden een dag later.

Hoe Eddy naar zijn hand keek

Hoe Eddy naar zijn hand keek, dát vatte voor mij de avond samen. Alsof hij naar sporen zocht, maar het was al vervlogen. De klanken waren uitgestorven, wat overbleef waren vier mannen met hun instrumenten op het podium van Jazzcafé Dizzy.

Een korte stilte voor het applaus werd ingezet. Ik vroeg me af of ik het mooi vond, al was dat niet relevant. De pracht zat ‘m in dát het gebeurde. Niemand wist wat het worden zou en dit werd het; een prachtige soundscape met voor die hand een hoofdrol. Concreter zou het hier en nu even niet worden. De knikjes naar elkaar, de spanning op de koppies, de opluchting als het lukt; akkoorddansen en woordzoeken. De wetenschap dat het mis kon gaan, het bracht Dizzy in vervoering. Of in ieder geval mij en de enthousiaste luisteraars die ons na afloop vluchtig aanschoten, in de rij voor een speciaalbiertje van onze laatste bonnen.

Improviseren had ik vaker gedaan, maar dat was anders. Ik was frontman van het circus Neuzige Tony & De Roffe Ponyclub, dat iedere show van bezetting wisselde. De geïmproviseerde muziek was veelal gestoeld op hiphop en rock; daar kon ik mijn soloritmische ei vrij gemakkelijk op kwijt. Met improvisatiecollectief Rof. speel ik regelmatig De Cabarapshow, waarbij we freestylen op hiphopbeats. Ook daarin: veilige vierkwartsmaten. Het kunstje om daar ter plekke wat tekst op te verzinnen, is na een krappe twintig jaar routine en omdat de vorm vooraf duidelijk is, is dat zo spannend niet. Tuurlijk, je wilt dat het rijmt en dat de punchlines grappig zijn, maar met zoveel trainingsuren op de teller is er het vertrouwen wel dat het steeds weer goedkomt.

Zo zenuwachtig als nu ben ik echter lange tijd niet geweest. Met collega’s Miguel Santos, Rufus Kain en Julie Mughunda mag ik voordragen tijdens Poetry & Jazz Scapes. Een jazzkwartet voorziet de stukken, onder leiding van Eddy Nielsen, ter plaatse van muziek. De muzikanten ken ik enkel van naam en tijdens het diner, twee uurtjes voor aanvang, leer ik dat zij ook nog niet eerder in deze bezetting hadden speelden. Vooraf hadden we teksten opgestuurd en Eddy had er bijgezet wat voor toon goed bij de sfeer van het stuk zou passen. De rest was blanco. Op het moment dat ik het podium opstapte, had ik geen enkel idee welk stuk ik zou gaan doen of wat er qua muziek zou gebeuren. Zelfs wie er beginnen zou, wisten we niet. Instinct nam het roer van de routine over en ik deed wat ik doe als ik me klein voel op een podium: de microfoonstandaard stevig vastgrijpen en met een slechte grap het ijs breken.

Maar goed; die hand dus. Tijdens de tweede set gebeurt het. Ik tob – op het puntje van mijn stoel – welk stuk ik zometeen zal doen en luister naar de woorden van Julie: ‘Waar ik me ook bevind, hiphop blijft mijn kern.’ Na iedere regel laat ze ruimte voor muzikanten. Enio houdt haar vanachter zijn draaitafel geconcentreerd in de gaten, gruizige samples speelt hij af.

Gitarist Rui draait gehurkt aan de knoppen van zijn pedalen. Arthur beweegt nonchalant zijn voet op het pedaaltje waarmee hij zijn trompetgeluid vervormt. Eddy – ruim een kop groter dan zijn contrabas – gebruikt soms een strijkstok en soms zijn vingers, luistert geconcentreerd naar Julie. Ze houdt haar notitieboekje gesloten in haar handen, spreekt met haar ogen gesloten. De muziek zwelt aan.

Arthur stapt het podium af, laat ruimte aan de rest. Eddy zet zwaarder aan met zijn strijkstok. Legt deze weg. Draait aan een knop op zijn versterker. Buigt zijn lichaam over zijn instrument en wrijft met zijn rechterhand over de klankkast van zijn contrabas, achter de snaren. Het geeft een eigenaardig gezicht en een striemend geluid. Krakend, als hij wat harder duwt. Het past in de soundscape. Hij bukt dieper en herhaalt de bewegingen onder de kam die de snaren spant. Houdt dit een tijdje aan. Het geluid nog iets stroever; het ritme van huid en hout, piepend als hij terugtrekt. Als Eddy weer rechtop gaat staan hangt één pluk van zijn achterovergekamde haar in zijn gezicht. Zijn hand veegt hij vluchtig af aan zijn spijkerbroek, werpt er een blik op en wrijft zijn vingers nog eens langs zijn handpalm. Alsof hij naar sporen zocht, maar het was al vervlogen. ‘Wat doe jij nou?’ vraagt Arthur vanaf de zijkant. Eddy lacht. Een korte stilte en daarna applaus. Voorzichtig gejuich, zelfs.

Het was de hand van Eddy die ons de weg wees. Het kijken ernaar. Alsof hij wilde zeggen: sommige dingen ontstaan niet door enkel mooi te spelen en je goed voor te bereiden. Ga het experiment eens aan; laat het gebeuren. Op je bek durven gaan, je kwetsbaar opstellen, het moment willen voelen. En dat dan vasthouden; dát is de kunst.