Op pad met Marel Kroon: Stinksisters

Het echtpaar Cati en JW van Hemert vormt de spil van Stinksisters, een trio in drag met een lange (voor)geschiedenis die terugkronkelt naar de punk, garagerock en piep-knor jazzscene van de jaren tachtig. Zo was JW in die tijd niet alleen programmeur van de legendarische Jazzbunker maar speelde hij ook in illustere jazzpunk-, avant-garde- en improvisatiebands als Blowjob, Young Men Rocking, Bat Attack en Figurehead. Eind vorig jaar was hij muzikaal leider bij de manifestatie Happy Industry met ‘Symfonie voor Smederij’. Reporter Marel Kroon ging uit eten bij het echtpaar en ontrafelt aan de hand van hun verhalen een slordige dertig jaar ongeschreven Rotterdamse underground.

Foto Carla van der Marel

Ze zijn net terug uit het Franse Bourges, waar Stinksisters speelde op het dertigjarige jubileum van het festival Emmetrop. Niet geheel zonder sentiment want drieëntwintig jaar geleden ontmoetten Française Catherine Richard en Rotterdammer Jan Willem van Hemert hier elkaar aan de bar. Nu wonen zij in een gezellig rommelige eengezinswoning met tuin in Overschie met hun tienerdochter Manon.

Aan tafel domineert de Franse keuken in al zijn copieusheid en ook de Franse wijn vloeit rijkelijk.

Er wordt veel gelachen terwijl Cati (zang/drums) en JW (bas) elkaar aanvullen in hun verhaal: Cati met charmant accent en veel enthousiaste bijgeluiden en handen- en voetenwerk. JW blijft bedachtzaam en bescheiden volhouden dat hij niet kan spelen en altijd maar wat heeft gedaan. Zijn aanhoudend nihilisme brengt me, later bij de koffie met sterke drank, tot een laatste vraag.

JW, je hebt best een lange carrière achter de rug waarin je relatief weinig hebt uitgebracht. Ben je stiekem toch een perfectionist?
JW: “Misschien wel. Ik vind dat zelf niet.”
Cati: “Ja, dat jij een mierenneuker bent!”

Aanrotzooien
JW: “Ik stel hoge eisen. Toen ik ooit zanger was en mijn eigen teksten schreef vond ik het altijd kut: Ja, dat ga ik niet zingen.”
Cati: “Nooit goed genoeg.”
JW: “Dan zong ik liever maar wat. Dat vond ik nog beter. Ik maakte het onverstaanbaar en dan werd het geluid. Dan maakte het niet uit.”
Cati: “Dat heb je met mierenneukers, hahaha.”
JW: “Ik ben geen muzikant, nee.”

Wat ben je dan?
JW: “Geen muzikant, vraag mij een melodie van de Beatles na te spelen… dat kan ik écht niet. Ik ben denk ik meer een organisator.”

Ben je niet stiekem in al die jaren gewoon een goede bassist geworden?
JW: “Ik heb een maniertje gevonden om niet te laten merken dat ik niet kan spelen. Ik werk ook graag met muzikanten die ook maar wat doen. Bij Happy Industry had ik bewust niets uitgeschreven, met het idee: laat die mensen maar gewoon iets spelen, dan ontstaat er wel iets. Je kan van tevoren ritmes verzinnen en partituren maken… Nee, laat dat gewoon lekker vrij. Lekker aanrotzooien. Dat heeft natuurlijk ook zijn risico’s. Het was muzikaal niet perfect, maar het was wel goed. Misschien niet om uit te brengen als cd en tien keer terug te luisteren, maar daar gaat het niet om.”

Je vindt het niet jammer dat het weg is?
Cati: “Alles gaat toch weg! Kom op, kom op… Maar Stinksisters gaat nog eeuwen door.” (Hilariteit) “Zelfs als (gitarist) Peter zou stoppen dan gaan we gewoon samen verder. Ik zie ons ook wel spelen met Manon.”

Is ze muzikaal of lijkt ze meer op haar vader?

Freejazzblazers
JW, je was in Rotterdam al actief vanaf de jaren tachtig. Kom je hier vandaan?Wedding Foto Carla van der Marel
JW: “Uit Ridderkerk. Daar was ik nog niet actief bezig met muziek. Ik kocht wel een basgitaar van een vriend maar die gebruikte ik meer om thuis op mijn kamertje de loopjes van Peter Hook na te spelen. Ik was heel erg into new wave: Joy Division, The Cure. Na de middelbare school wist ik niet wat ik wilde dus ben ik in Rotterdam gaan studeren. Zo ging dat toen. Ik koos voor Politieke Wetenschappen. Ik was heel politiek geëngageerd en wilde daar iets mee doen, geen politicus worden maar misschien journalist of iets anders in die richting. Via het Rotterdamse uitgaansleven kwam ik steeds meer in de muziekscene terecht.

Je had in die tijd onder andere Arena (voorloper Nighttown aan de Kruiskade), de Jazzbunker (Boompjeskade) en het new wave café Petticoat (Van Oldenbarneveltstraat). Een van mijn eerste bands was Blowjob. We hebben twee optredens gedaan, allebei in de Jazzbunker. We waren heel wild en hebben nooit twee keer hetzelfde loopje gespeeld. We deden natuurlijk gewoon maar wat, maar het ging echt ver… Ik dronk teveel, mensen gebruikten drugs. Ik weet nog dat bij ons eerste optreden de bassist bij het eerste nummer out ging. Ik vraag mij nog steeds af of het puur show was of niet maar bij het laatste nummer kwam hij ineens overeind en begon hij te zingen. Bij ons tweede optreden was ik al programmeur van de Jazzbunker.”

Hoe kwam je aan die baan?
JW: “Ik werd gevraagd door mensen die daar toen repeteerden, Lange Bert (Evergroen) en Henk Vis van Rotterdams eerste punkband Vissepunk met hun nieuwe band Climaxville. Zij zochten iemand die naast jazz wat meer punk, new wave en garage kon programmeren. Jazz was in die tijd heel experimenteel en vrij en werd geprogrammeerd door wijlen Gerard Kranendonk. Toen ik daar binnenkwam kende ik die muziek helemaal niet maar ik vond het te gek! De Jazzbunker was een geweldige plek, het bestond sinds begin jaren zeventig. Het leuke was ook dat daar een hele gekke mix ontstond waarin de underground punkbeweging en de underground jazzbeweging elkaar vonden. Punkbands als Kotx en Debiele Eenheid gingen samenspelen met freejazzblazers. Het was niet alleen een podium maar ook een broedplaats. Gerard is later doorgegaan met Dodorama aan de Rochussenstraat en dat is de voorloper van het tegenwoordige WORM.”

Werkeloos
Je bekendste band uit die tijd was Bat Attack. Hoe is dit ontstaan?
JW: “Uit een vriendenclub die concerten bezocht en uitging en uiteindelijk zelf iets wilde gaan doen. We waren allemaal werkeloos. Drummer Carla van der Marel en bassist Hilde Veenstra begonnen een band. Ik deed daar nog niet aan mee, weet niet waarom. Mensen kwamen en gingen weer weg, zoals dat gaat en op een gegeven moment vroegen ze mij om erbij te komen. Banaal verhaal eigenlijk. Gitarist Jeroen Wessels had bravoure, dat scheelde wel. Hij kwam uit Maassluis en zei dat we daar binnen drie weken wel konden spelen in het plaatselijke jeugdhuis. Ja, leuk! Gewoon spelen, geen repertoire, niks, nerveus, dronken… We hadden drie nummers maar moesten toch minstens een half uur spelen. Langzaam begon Bat Attack meer structuur te krijgen. Het eerste hoogtepunt kwam eigenlijk te vroeg. Dat was het voorprogramma van Nick Cave in Paradiso. We hadden inmiddels wel een set maar waren nog zo groen.

Een jaar later speelden we in een grote zaal op Printemps de Bourges, een soort Eurosonic/Noorderslag van Frankrijk. Toen waren we er wel klaar voor. Arnaud Azzouz, een jongen van 17 uit België managede ons inmiddels. Ons eerste tournee liep kriskras door België, Frankrijk en Zwitserland. In de daaropvolgende twee jaar bouwden we een vaste club van Franse fans op die ons overal volgde. We speelden zo’n drie keer in Parijs in goede zalen en natuurlijk op Printemps du Bourges. Tijdens dat festival vond ook het alternatieve Ouff festival van Emmetrop plaats. Heel de gestoorde punkscene van Parijs zat daar. En Cati.”

Cati: “Dat gebeurde in een klein café, le Rond Point. Dat was echt the place to be, het publiek liep er over het plafond… superleuk. Nou ja, toen zag ik JW.”

Punknummer

pique-nique bij de Jazz Bunker

JW: “Na ons optreden hoorden we dat een het volgende optreden in Parijs was afgelast dus besloten we te blijven in Bourges en daar wat rond te hangen. Zo kwamen we terecht op dat festival in die kroeg. Wauw, hier is het echt feest! Arnaud legde meteen contact met de organisatie. Ze hadden twee dagen later nog een gaatje. De dag ertussen hebben Cati en ik elkaar ontmoet.”
Cati: “Bij de bar met een pastis zie ik die mannen binnenkomen.”
JW: “Jij was met Arnaud.”

Kende je die?
Cati: “Nee, nee.”
JW: “Jawel.”
Cati: “Hij kwam als eerste van jullie op mij af.”
JW: “Arnaud, wat doe je met dat meisje daar!”
Cati: “Toen kwam jij en vroeg me om samen te gaan dansen. Een punknummer weet je nog?”
JW: “Ja, dat zal best.”
Cati: “We gingen punkdansen en hop, het was in ze pocket. Wow, leuke vent! Een dag later ging hij spelen en toen…Woehaaaa….Bat Attack…Oh, oh, oh, pffffff.” (Klapt in haar handen) “Ik dacht: whaaaa, ik ga naar Duitsland, want ik dacht dat ze Duits waren.” (Hilariteit)

Waarom is Bat Attack uit elkaar gegaan?
JW: “Hilde en Jeroen waren een stel en zij besloten te stoppen, zomaar van de ene op de andere dag. Ik was eerst boos op ze. Maar goed, iets dat energie heeft kan alleen maar uit elkaar klappen en de energie gaat verder. Daarna ben ik gaan spelen in Figurehead en tegelijk ontstond Stinksisters. Peter was de chauffeur van Bat Attack.”

Cassettes
Cati was vanaf haar jonge tienerjaren actief als theateractrice en zangeres in haar geboorteplaats Chinon, een middeleeuws stadje in Indre-et-Loire.

“Toen ik begin twintig was wilde ik weg van het platteland en ging ik naar Tours om te studeren. Theater deed ik ernaast, op straat en in het circus. Toen ik een keer op straat speelde werd ik gevraagd voor het gezelschap van het grote theater in Tours, waar ik kluchten ging spelen. Dat was heel leuk om te doen, heel grotesk theater met grote gebaren. Het was wel hard werken – ik moest opeens alles leren van Molière, AHAHAH! Dat was wel too much. In die tijd zong ik ook populaire chansons” (breekt uit in gepassioneerd gezang) “Op straat zong ik elke avond. Met cassettes van mijn toenmalige band Hors La Joie ging ik naar Bourges.”

Heb je daar nog iets aan overgehouden, een contract?
JW: “Dat ligt eraan wat voor contract, hahaha. Je hebt mij eraan overgehouden!’
Cati: ‘Ik heb het trouwboek getekend, haha! Maar die cassettes, daar is niks meer uit voortgekomen. Je moet ook mazzel hebben. Maar we hebben wel mazzel met ons avontuur, ons avontuur in de underground.”

Drumkit
Cati kwam naar Rotterdam, en de Stinksisters werden niet lang daarna opgericht.

Cati: “JW en ik wandelden langs Het Accordeonpaleis op de Van Speykstraat waar een wa-haanzinnig mooie drumkit in de etalage stond. Ik kon niet drummen, maar wilde hem meteen hebben. En JW zei: ok skat, ik koop ‘m voor jou. Hahaha. We hebben toen de Stinksisters opgericht met Peter Donkers die net uit zijn eigen band Footsnakes was gezet door Jeroen en Hilde. Daar waren we nog steeds boos op dus we wilden graag met Peter spelen. De eerste repetitie was gelijk goed en drie weken later hadden we een optreden in De Vlerk. Daar hebben we trouwens ook ons huwelijksfeest gevierd.”

Intussen haalt zij het trouwalbum tevoorschijn:

“We zijn eerst begonnen met oefenen, toen getrouwd, daarna hebben we voor het eerst opgetreden”.

Jurken
Speelden jullie vanaf het begin ook al in travestie?
JW: “Nou, het was geen travestie. Wij droegen jurken.”

Een man die een jurk draagt…
JW: “Dat is geen travestie.”
Cati: “Ik vond mannen gewoon te macho. Ik wilde een vrouwenband. Dus ik zei tegen JW, draag een kilt of iets vrouwelijks, haha.”
JW: “Daar lachen we om, maar dat was serieus hoor. Cati wilde een vrouwenband oprichten, maar vond niet gelijk de juiste vrouwen. Toen Peter erbij kwam was dat aanvankelijk met het idee om Cati op weg te helpen met haar vrouwenband.” (gelach) “Maar serieus hoor! De bedoeling was dat wij vervangen zouden worden door twee vrouwen, maar dat is nooit gebeurd.”

En de naam?
Cati: “Ik vond het goed klinken, Stink-sisters. Mijn Engels en Nederlands was nog niet zo goed, en toen ik een keer bij Carla (van de Marel, fotografe) kwam eten zei ik: ‘Oeh, dat stinkt lekker’. Voor mij was ‘stinken’ iets positiefs.”

Fanfare
JW: “Na anderhalf jaar gingen we zes weken op tour met Peter, door zes landen, eindigend in Budapest. Aan het eind klapte het uit elkaar. Daarna zijn we verder gegaan met Niek den Braven en Marianne van Maaren. En die rare naam Stinksisters hebben we gehouden, terwijl het eigenlijk een andere band was.”

Ik herinner me dat er in de loop van de jaren negentig steeds meer muzikanten bijkwamen, met als hoogtepunt de roemruchte Hoerensessie in Rotown in 1996.
JW: “We hebben een jaar met een uitgebreide bezetting gespeeld, met z’n zevenen. Wij, Niek en Marianne, aangevuld met Manushya van Pelt, die viool en klarinet speelde, violiste Daphne Malta, en wijlen Mario Strör.”

Op het hoogtepunt was het bijna een orkest begrijp ik.
Cati: “Een soort fanfare.”
JW: “Die Hoerensessie was heel leuk. We hadden er voor die avond ook nog gasten bij gevraagd, er stonden elf man op het podium. Een week voor dat optreden hadden we alle zangers en zangeressen gevraagd langs te komen in de studio. Dat is zo intens, zo’n opnamesessie, dan zit het er gelijk helemaal in. Ik geloof heel erg in die manier van werken. En bovendien hadden we gelijk de cassette van die opnames om te verkopen tijdens de avond.”

Kippenvel
Hoe is dat uit elkaar gevallen?
JW: “Het is langzaam uitgebloed. Niek stopte eerst en werd opgevolgd door Harry Merry Dat was muzikaal niet helemaal de goede keus. Niek was een bindende factor, en Harry kon die rol niet vervullen. Dat modderde wat door, en toen werd Cati zwanger.”
Cati: “En daarna kwam Peter Donkers er weer bij. We kwamen hem tegen in de bar van Waterfront. Hi zei: ik kom terug naar ‘uis. En hoppa, hij was terug. Toen was de cirkel rond.”
JW: “We pikten gelijk ons oude repertoire weer op, want met Niek en Marianne hadden we heel andere nummers gespeeld. We hoefden het niet eens terug te luisteren, het zat er gewoon nog in. Plus meer, want intussen heb je een beetje leren spelen. Dan speel je die nummers weer en weet je opeens hoe het moet. Dat is heel bijzonder.”
Cati: “Echt kippenvel.”

Stoomhamer
Na een korte periode als kwartet, met zangeres Sabrina Radix, zijn de Stinksisters inmiddels weer een trio en wordt er volop nieuw materiaal geschreven. Ondertussen heeft Cati eindelijk ook haar vrouwenband opgericht, en JW zijn eerste boysband, naast tal van andere projecten.

JW: ‘We hebben een aantal liveopnames van het afgelopen jaar die goed klinken, maar ik wil ook weer gaan opnemen in de Jazzbunker.’
Cati: ‘En er is een documentaire over ons in de maak.’

Afgelopen september deed JW bovendien ‘Symfonie voor een Smederij’, een performance met IJzerij Paulus in het Museumpark, als onderdeel van het Happy Industry project van Atelier van Lieshout.

JW: ‘Paulus is een vriend van ons die een traditionele smederij heeft. Altijd als ik bij hem kom, wil ik die geluiden van de machines en aambeelden opnemen. Hij heeft ook een stoomhamer, een waanzinnig apparaat. Toen Atelier van Lieshout hem vroeg om een week lang met zijn werkplaats in het Museumpark te gaan staan, was dat een mooie gelegenheid om eindelijk een keer iets te gaan doen. Ik heb Cati en een paar andere drummers gevraagd, en ook een flamencozanger. Ik kwam er namelijk achter dat er een oude flamencovariant bestaat waarbij de zang wordt begeleid door een hamer op aambeeld. Terwijl er metaal werd gesmeed en gegoten, speelden wij percussie op de spullen van de smederij.’

Later, op een winterse zondagmiddag bezoek ik JW, Cati en Peter tijdens hun wekelijkse repetitie in de Jazzbunker, een paar deuren van de originele club. De laaggelegen oefenruimte bulkt van souvenirs uit het verleden van de Rotterdamse underground: posters van de Stinksisters zelf en andere lokale legendes als Vissepunk, fanzines uit de jaren tachtig en affiches van de oude Jazzbunker uit de tijd dat JW er programmeerde. Het drietal is bezig met nieuwe nummers voor aankomende optredens in Amsterdam en Rotterdam.

Peter: “We zijn eindelijk weer bezig gewoon nieuwe nummers te maken, dat is toch waar het om gaat.”

Hoe ervaar je de samenwerking met JW en Cati?
Peter: “Heel hecht. We hebben dezelfde drive. We maken gewoon simpele liedjes, waarin ik toch ruimte heb om mezelf uit te drukken. Tenminste… De eerste paar jaar mocht ik niet soleren, dus gebruikte ik maar heel veel trucs.”
JW: “Je verstopte je solo’s in je akkoorden!”

Zwart schaap

Stinks Jazzbunker

Hoe zit het met jullie ambities?
JW: “Er is geen plan, nooit. Lijkt me vervelend om een plan te hebben. Het is heel banaal, maar het gaat er gewoon om dat je lol hebt in wat je doet.”
Cati: “En je moet in jezelf geloven. Ook al lachen mensen je uit.”

Vindt je het vervelend om bespot te worden?
Cati: “Nee, ik kom van de straat hoor! Daar wordt je pas uitgelachen… totdat je begint te zingen.”

Maar jullie zijn toch een soort freakband… ook in jurken zijn jullie niet de mooiste vrouwen.
Cati: “We zijn wel ‘le mouton noir’, het zwarte schaap van de underground.”

Voelen jullie je daar behaaglijk bij?
Cati: “Het is een manier van denken. Mensen doen vaak hetzelfde en jij bent net anders, doet dingen op een andere manier. Het zwarte schaap, de underground.”

Maar je zegt net dat je ook nog het ‘zwarte schaap van de underground’ bent.
Cati: “Tja… we maken het ons niet makkelijk. We hebben een clash met bepaalde mensen die beslissen wat er geprogrammeerd wordt. Terwijl gewone mensen ons geweldig vinden.”
JW: “Dat is wel zo. Soms blijken we opeens heel goed te vallen in bijvoorbeeld een jazzcafé, waar je op voorhand denkt helemaal misplaatst te zijn. Een bepaald mainstream publiek kan het waarderen.”

Marel Kroon

Extra informatie
Wil je meer weten over de Stinksisters? Bezoek hun website of Facebook.

Data
Za 10 januari – OCCII, Amsterdam
Za 31 januari – Poortgebouw, Rotterdam
Za 7 februari – De Vinger, Den Haag
Zo 22 februari – Rijssel (F)
Za 18 april – Tours (F)

Discografie Stinksisters
Do The Chickendance (1993)
And What About The Pigs (1994)
Masturbations Songs (1995)
All Prostitutes (1996)
Hot Dogs (1998)
7” EP (1999)
More Songs Of Love And War (2010)

marelkroon

foto: Pim Top

Met zijn 76 jaar kan Rotterdammer Marel Kroon gerust de éminence grise van de Nederlandse popjournalistiek worden genoemd en een monument voor het steeds meer vergrijzende internationale poplandschap. Hoewel hij pas na zijn pensionering (tot zijn 65ste doceerde hij Boekhouden op een Hillegersbergse Mavo) serieus begon te schrijven, bevond hij zich gedurende zijn lange leven steeds daar waar Nederlandse popgeschiedenis werd geschreven. Als tiener zag hij de rock ‘n’ roll opkomen maar zijn enthousiasme voor pop werd pas echt aangewakkerd met een bezoek aan het concert van The Beatles in Blokker (1964). Datzelfde jaar stond de jonge Kroon vooraan tijdens de rellen rondom het Rolling Stones concert in het Haagse Kurhaus. Hij danste naakt op het Kralingen Popfestival (1970) totdat Jefferson Airplane-zangeres Grace Slick vanaf het podium hem persoonlijk vroeg of hij ‘please’ iets wilde aantrekken. Hij verloor zijn voortanden aan de rondmaaiende basgitaar van Sid Vicious tijdens het Sex Pistols-concert in Eksit (1977) en de rest van zijn gebit door een stagedive tijdens het concert van Nirvana in Nighttown (1989) waarbij geen mens hem opving omdat er praktisch niemand was. Zo hopen de wapenfeiten zich op. Voor Popunie gaat Kroon vooral op zoek naar de cult- en randfiguren van de Rotterdamse popcultuur.

Marvin Dee en Danella Smith bundelen krachten tijdens singlereleases

Op 24 januari presenteren Marvin Dee en Danella Smith hun nieuwe singles Soldier On en Pinned Up Butterfly in Saturnus Live Music. Rotterdammer Marvin Dee en de Namibisch/Haagse Danella Smith hebben besloten hun krachten te bundelen om zo een groter publiek te kunnen bereiken.

DanellaSmithBand-2Marvin Dee en Danella Smith tekenden bovendien onlangs bij het nieuwe management en bookingsbureau Eveline Marian Artist Management uit Delft en kunnen daarom optimaal gebruik maken van elkaars krachten en netwerk.

E M Artist Management is het kersverse bedrijf van Eveline Marian (Evi) Bulters. Inmiddels sloten een zestal bands zich aan bij E M Artist Management. Naast Danella Smith Band en Marvin Dee, laten ook de indie art-rock band Lightwires (Utrecht), jazzduo Little Tree (Utrecht), party/coverbands Rock the Dance en ’t Gras van de Buren zich boeken via het jonge bedrijf.

Het bedrijf focust zich op indie/pop/rock/folk/ssw, en nieuwe bands zijn welkom!

 

 

1417535483f3a30482fb88e55b30860cce053d3b5a


Over Marvin Dee
De nieuwe single van Marvin Dee staat symbool voor een nieuwe stap in zijn carrière. Hoewel hij vorig jaar al veel successen behaalde naast de release van zijn ep Devil Eyes, waaronder de titel ‘Beste Singer-Songwriter van Delft’, deelname aan de Grote Prijs van Rotterdam en een paar live optredens bij 3FM, wil hij dit jaar echt een stap verder gaan. Het begin van 2015 wordt gemarkeerd door de release van zijn nieuwe single in januari.

Marvin Dee is een echte doorzetter; eind 2014 werd duidelijk dat hij op zoek moest naar een nieuwe drummer, waardoor de release plannen in gevaar kwamen. Pas op 14 december werd de drummer gevonden in de persoon van Bram Gorel. Drie dagen later al bevestigde de band dat zij nog in januari(!) een nieuwe single zouden opnemen en uitbrengen. Binnen twee weken zou de single opgenomen, gemixt en gemasterd moeten worden om op tijd klaar te zijn voor de release: een ambitieus plan.

Recording Engineer Thomas van Opstal (SAE Amsterdam) en Mastering Engineer Sander van der Heijde (Wisseloord Studios) kregen de taak om samen met Evi Bulters, de manager van Marvin Dee, de strakke planning tot een goed einde te brengen. Zij hebben er goed vertrouwen in dat het allemaal gaat lukken. Inmiddels is ook illustratrice Ella Nitters ingeschakeld om de single in zeer korte tijd te voorzien van de nodige artwork.  Duidelijk is dat team Marvin Dee niet van plan is stil te zitten in 2015, een band om in de gaten te houden!

Meer info vindt je op de website of facebook van Marvin Dee.

Extra informatie:
Datum: zaterdag 24 januari
Locatie: Saturnus Live Music, Keizerstraat 58, 2584 BK  Scheveningen
Aanvang: 20.00 uur
Website: Saturnus Live

voor het Facebookevent klik je hier.