Op pad met Marel Kroon: Ronnie Roteb

ronnieeeDoor de week staat Ronnie Roteb voor dag en dauw op om aan het werk te gaan als vuilnisman. ’s Avonds en in de weekends transformeert hij – met stijf omhoog wijzende kuif en het lichaam vol tatoeages – tot frontman van zijn band 3 Dead Mexicans On A Skateboard, een muzikale vuilnisbak vol punk, psychobilly, trash- en garagerock en Mexicaanse cultuurverschijnselen.

Marel Kroon ging op huisbezoek in Charlois en prikte een vorkje mee bij de gastvrije zanger, gitarist, songwriter en beeldend kunstenaar, zijn aanstaande bruid Sunny en hun drie chihuahua’s Bowie, Kip en Zapata.   

Hij begon ooit, toen de Britse punkexplosie rond 1977 Rotterdam bereikte, als zanger van de legendarische punkband Railbirds en kwam, via de niet minder legendarische no wave band Tändstickorshocks, terecht in de psychobilly scene als geluidsman van Batmobile en frontman van The Yompin’ Cockroaches en het daaruit voortvloeiende Sons Of  The Yompin’ Cockroaches.

Sons Of  The Yompin’ Cockroaches

ronnie2Die brok ervaring toont zich op het podium tijdens een concert van de 3 Dead Mexicans in Roodkapje. Met zijn gitaar op kniehoogte gromt, spuwt en zingt de charismatische Roteb zijn songs richting publiek, als een brok solide energie. Repertoire dat vuig en ongepolijst, maar ook altijd puntig en melodieus klinkt.

Hij wordt links en rechts geflankeerd door bassiste Bram en gitariste Joos die in de jaren tachtig/negentig deel uitmaakten van de Schiedamse meidenpunkband Jamrax en nu als vanouds stoer en ongenaakbaar hun instrumenten staan af te rossen.

Drummer Carlo van den Elshout houdt het geheel simpel en stoïcijns swingend bij elkaar. Roteb: “Ik vind het heerlijk om op te treden. Gek, want aan de andere kant hou ik niet van aandacht. Als ik op een feest of verjaardag kom en iedereen kijkt afwachtend naar mij, dan sla ik dicht. Maar op een podium als frontman… niks heerlijkers. Het is een soort van ijdelheid als het publiek jouw muziek gers vind.”

3 Dead Mexicans On A Skateboard (live)

Unheimisch
Een uitnodiging om de interviewafspraak te combineren met een etentje slaat een oude vrijgezel (het is ingewikkeld) natuurlijk niet af en een paar weken na het concert bel ik aan bij Ronnie en Sunny, gewapend met een fles tequila. De drie chihuahua’s met korte, ronde lijfjes barsten los in onrustig geblaf als ik de woonkamer binnenkom en terwijl de hondjes tot stilte worden gemaand neem ik de uitbundige decoratie van de woonkamer in mij op.

De 3 Dead Mexicans-frontman blijkt een diepgewortelde fascinatie voor Mexico te hebben: de ruimte staat vol met delicate figuurtjes van het Mexicaanse dodenfeest, een indrukwekkende collectie Tequila’s en papier-maché bustes van Mexicaanse heiligen. Als we later aan de pasta gorgonzola met salade zitten, staart een unheimisch maar indrukwekkend schilderij van een gezicht met half weggedraaide ogen mij aan. “De blik van een mescalinegebruiker”, licht Ronnie dit werk van eigen hand toe.

Wetteloos
Roteb: “Een fascinatie voor Mexico heb ik al van kleins af aan en zodra ik de kans en het geld had ben ik er naartoe gegaan. Dat is een jaar of tien geleden. Mexico is een waanzinnig tof land: wetteloos, maar niet al te wetteloos. Vandaar 3 Dead Mexicans. Ook al maken wij geen Mexicaanse muziek, het is er wel mee verweven. Ik ben zelf helemaal verslingerd aan Mexicaanse muziek, van Tex Mex tot Mariachi. Je hebt daar bands van vijftien man die op volksfeesten optreden met alleen maar koper, een drummer en een bas en daarmee een enorme kakofonie maken waar ik geen wijs uit kan. Mensen dansen daarop alsof er niks aan de hand is.

Bijzonder zijn ook de versmeltingen van katholieke en Mexicaanse gebruiken.’ (Wijst naar papier-maché buste van een man met slicked-back haar en snor:) ‘Dat is de beschermheilige van de drugshandelaren. Als je een jongen tegenkomt die, zoals ik, onder de tatoeages zit, kijk hem dan niet aan, anders ben je dood. Het is heel duidelijk allemaal, in dat opzicht is misdaad er haast onschuldig.”

Streng
Maar, hoewel hij even gretig als boeiend kan uitweiden over zijn Mexicaanse avonturen, ben ik daar natuurlijk niet voor gekomen. Ik wil om te beginnen alles weten over zijn jonge jaren, toen hij met Railbirds en Tändstickorshocks deel uitmaakte van Red Rock, het collectief van Rotterdamse punkbands dat onder aanvoering van de band de Rondos eind jaren zeventig actief was vanuit een pand in de 2e IJzerstraat. Met een constante stroom fanzines, pamfletten, graffiti’s en uitgaves van het eigen platenlabel King Kong Records creëerden de Rondos een eigen scene met politiek maoïstische inslag. Do it yourself was daarbij het uitgangspunt. Nu is Red Rocks fanzine Raket te bewonderen in museumvitrines en gaan singletjes van Railbirds en Tändstickorshocks van de hand voor bedragen met twee nullen. Roteb zelf heeft gemengde gevoelens over die tijd.

Tändstickorshocks

“We hadden een of twee protestnummers maar mijn Engels was zo gebrekkig, ik was al blij als het ergens op rijmde. Railbirds kwam meer uit de rock en de pubrock. In Rotterdam had je eigenlijk drie punkscenes: In Zuid zat een beweging rond onder andere Kotx en die waren alleen maar bezig met drugs, drank en debielerigheid. In Schiedam was een band als Slaughterhouse 5 meer bezig met Ramones-achtige muziek en pure gezelligheid zonder pretenties. Het centrum werd gedomineerd door de Rondos en dat was een streng politiek gebeuren. Het heeft mij toen best overrompeld. Eigenlijk heb ik het helemaal niet zo bewust meegemaakt want ik was nog veel te jong. Achteraf gezien had er wel iets meer Zuid en Schiedam bij gemogen.

Punk is voor mij die combinatie, alleen maar politiek bedrijven is geen punk, maar alleen maar zuipen en vechten is dat ook niet. Pas geleden zag ik twee punks uit een McDonalds komen. Klaar! Als punk hoor je wel enigszins politiek bewust te zijn. Maar de Rondos werden gewoon te heftig: mensen werden op een zwarte lijst gezet omdat ze niet politiek genoeg waren of omdat ze blowden. Blowen was het opium voor het volk, bla, bla. Ik herinner me dat de Red Rock-band Bunker er uit werd gegooid. Die moesten dan verschijnen in een kamer waar leden van de Rondos als comité zitting hielden. Het waren vrienden nota bene. Nee, toen was de pret er zwaar van af.”

Teringherrie
Rondos hieven zichzelf en Red Rock op omdat zij te succesvol werden en relativeren nu die periode met het argument dat zij meer een kunstbeweging waren die te serieus werd genomen als politieke beweging.

“Dat had ik serieus kunnen nemen als zij daadwerkelijk waren gestopt op hun hoogtepunt maar dat was allang niet meer het geval. Mensen begonnen genoeg te krijgen van de dogma’s en van wat wel en wat niet mocht. Het werd weer tijd voor iets lichters. Toch hebben we met Red Rock wel hele gerse dingen meegemaakt. Met de hele club naar Berlijn en naar Londen, waar we contact hadden met (de Britse anarcho punkband) Crass.

Ik weet nog dat ik voor het eerst een concert van Crass zag en meteen al zoiets had van: dit slaat helemaal nergens op. Het was vooral heel militant allemaal. De zaal stond vol met theedrinkende hippie-punks en daartussen vier skinheads, die op hun gemak de hele zaal begonnen leeg te rossen. Niemand die iets deed en Crass riep alleen maar: ‘jongens, doe dat nou niet’. Terwijl mensen bloedend tegen de grond gingen. Fuck it, we zijn naar de kroeg gegaan. Ja daaag.”

Je bent van Railbirds overgestapt naar Tändstickorshocks en dat was wel een vrij radicale en politieke band, met nummers als To Hell With Shell.

“We waren in feite radicaal omdat we niet konden spelen. We hadden briljante teksten, een soort uber-haiku’s: vier woorden waren meer dan genoeg.”

Wat waren jullie invloeden in die tijd?

“Als je zulke muziek gaat maken dan moet je wel iets voor ogen hebben maar ik durf niet te zeggen wat dat is geweest. Ik denk Lydia Lunch en James White. No wave en andere nihilistische, repeterende, hypnotiserende teringherrie.”

Railbirds

Teddyboy
Na Red Rock ben je teruggekeerd naar de pure rock ‘n’ roll, als een echte teddyboy.

“Ja, extreem tegenovergesteld, ik had er zo mijn zakken van vol, alsof ik mij ineens bewust werd van het feit dat het te ver was doorgeslagen. Mijn vader was groot fan van Bill Haley maar ook countrymuziek heb ik van kinds af aan van hem meegekregen. Een heerlijke tegenhanger van de zware kost: ineens alleen maar muziek, drank en een mooie kuif.”

Een hele andere wereld.

“Via via leerde ik de Britse psychobillyband The Meteors kennen en niet veel later ontmoette ik Johnny van Batmobile. Ik was de eerste die hij tegenkwam op Centraal Station toen hij vanuit Breda naar Rotterdam kwam om aan de kunstacademie te studeren. Hij vertelde later dat ik een zwart leren jack aan had met op de rug in het roze, boven een scheermes geschreven: ‘Pink Maniac’. Ik had een kale kop met alleen een kuif als een banaan. Uiteindelijk ben ik ongeveer drie jaar met Batmobile op pad geweest als geluidsman. Leuke tijd: in een busje trekken door heel Europa. Er was net genoeg geld voor de band om in een hotelkamer te slapen maar ik sliep onder de bank in het busje. En overal zalen vol gasten met kale koppen en bananenkuiven.”

Zelf speelde je in Yompin’ Cockroaches met onder andere striptekenaar Robert van der Kroft. Ik herinner mij jullie als een vrij informele rock ‘n’ rollband die covers speelde.

“Ja, Robert en ik zijn daarmee op de Lijnbaan begonnen als akoestisch duo. We speelden nummers van The Cramps enzo. Na een doorstart als Sons Of The Yompin’ Cockroaches kregen we een platencontract bij het label Rockhouse en hebben we in 1990 een lp gemaakt. Die is toen in een dag opgenomen en gemixt.”

“Daarna kwam mijn band Liefde met Mayonaise waar we een cd mee hebben uitgebracht (Een Mond Vol Liefde in 2003). Dat was best een leuke band, een soort Tröckener Kecks maar wel steviger. We hadden goeie Nederlandstalige teksten. Engels is uiteindelijk toch niet mijn taal.”

Je bent niet in de verleiding gekomen om dat te blijven doen?

“Ik heb nog minstens vier bands in de ijskast staan die mij verschrikkelijk leuk lijken om te doen. Daar zit ook een Nederlandstalige band bij. Een punk-coverband van Kate Bush lijkt mij ook fantastisch. Met ballet!”

ronnie5Natuurkunde
3 Dead Mexicans On A Skateboard is ontstaan omdat ik behoefte had om weer gewoon muziek te maken, maar dit keer onder mijn voorwaarden. Niet een band beginnen met z’n vieren, maar ik begin een band. Ik had er genoeg van om water bij de wijn te doen. Ik wou het liefst met twee dames en twee heren spelen, en toen kwam ik daar de goede mensen voor tegen. Het ging allemaal heel vloeiend. En vanaf het begin was het duidelijk: ik schrijf de nummers, we werken vanuit mijn idee.”

En dat idee is?

“Terug naar de basis. Maar ook muziek maken die ik leuk vind. Als ik zin heb om een jaren zestig nummer te schrijven, so be it. Maar ik merk wel dat het langzaamaan weer teruggaat naar Buzzcocks-achtige punk. En het gaat goed.”

ronnie3Punkmentaliteit
Een punkmentaliteit is wel altijd aan je blijven kleven. Bepaalde zaken stuiten je nog steeds tegen de borst.

“Het heeft wel met die Red Rock tijd te maken. Dat is een goeie periode geweest, ik was 15, 16, 17 jaar en dan ben je best nog wel aan het opgroeien. Wat ik voornamelijk aan de punk heb overgehouden is de mentaliteit dat als je iets bedenkt of wilt, je het ook gewoon moet doen. Zelf doen, en niet gaan bellen of wachten op een platencontract. Geen demo’s naar Excelsior sturen maar gewoon een plaat maken en uitbrengen en that’s it.

Twee jaar geleden werd ik vijftig en bestond 3 Dead Mexicans On A Skateboard een jaar. Ik wilde dat vieren in een goeie tent. Uiteindelijk benaderde Rotown ons om het te doen maar we hebben eerst alles zelf georganiseerd en als pakket aan hun gegeven. Op die manier heb jij de controle en kan er niet meer mee gefuckt worden of whatever. Jij bent de baas.”

En het was ook nog eens een hele succesvolle show.

“Het was uitverkocht en er stonden nog een man of 60, 70 voor de deur. Da’s kicken; sta je op het podium terwijl de helft van de zaal ‘Lang zal je leven’ voor je zingt.”

Zie je die doe-het-zelfmentaliteit vandaag de dag ook nog terug bij andere bands?

“Volgens mij zijn wij niet de enige band die nog steeds alles zelf doet maar het gros vindt het vooral stoer om op de foto te staan terwijl een platencontract wordt ondertekend. Een platendeal is toch veel heftiger nieuws dan te zeggen dat je het zelf doet. Dan vraagt men: ‘kon je dan geen platendeal krijgen?’ Haha. Ja dat klopt maar dat heb ik ook niet eens geprobeerd, ben ik veel te lui voor.”

Voor meer informatie over 3 Dead Mexicans On A Skateboard bezoek je hun Facebook pagina.

Foto credits: Ronnie met vrouw (Anne Lokers), Ronnie alleen met gitaar (Vincent van der Wielen), overige drie (band)foto’s (Sunny Blom).

marelkroonMarel Kroon

Met zijn 76 jaar kan Rotterdammer Marel Kroon gerust de éminence grise van de Nederlandse popjournalistiek worden genoemd en een monument voor het steeds meer vergrijzende internationale poplandschap. Hoewel hij pas na zijn pensionering (tot zijn 65ste doceerde hij Boekhouden op een Hillegersbergse Mavo) serieus begon te schrijven, bevond hij zich gedurende zijn lange leven steeds daar waar Nederlandse popgeschiedenis werd geschreven. Als tiener zag hij de rock ‘n’ roll opkomen maar zijn enthousiasme voor pop werd pas echt aangewakkerd met een bezoek aan het concert van The Beatles in Blokker (1964). Datzelfde jaar stond de jonge Kroon vooraan tijdens de rellen rondom het Rolling Stones concert in het Haagse Kurhaus. Hij danste naakt op het Kralingen Popfestival (1970) totdat Jefferson Airplane-zangeres Grace Slick vanaf het podium hem persoonlijk vroeg of hij ‘please’ iets wilde aantrekken. Hij verloor zijn voortanden aan de rondmaaiende basgitaar van Sid Vicious tijdens het Sex Pistols-concert in Eksit (1977) en de rest van zijn gebit door een stagedive tijdens het concert van Nirvana in Nighttown (1989) waarbij geen mens hem opving omdat er praktisch niemand was. Zo hopen de wapenfeiten zich op. Voor Popunie gaat Kroon vooral op zoek naar de cult- en randfiguren van de Rotterdamse popcultuur.

Meer zoals dit

Tim Tomassen

tim tomassen coverHet Vraagstuk
cd-ep / download-ep
Nederlandstalige singer/songwriter

Ja hoor, het is weer voorjaar. De dagen worden langer, de vogeltjes beginnen hun vrolijke gefluit al wanneer jij nog lekker ligt te maffen en de muzikanten onder ons besluiten zich daar geheel op aan te passen.  Zo ook de Rotterdamse singer/songwriter Tim Tomassen. Met een indrukwekkende speellijst die hem in 2013 door stad en land bracht, presenteert hij op 16 mei aanstaande zijn ep Het Vraagstuk in de Bergsingelkerk in Rotterdam.

Nederlandstalige singer/songwriters, het blijft gedurfd en manifesteert zich meestal in twee uitersten; geweldige nummers met goed doordachte teksten die in de kleinkunst niet misstaan of liedjes die je eerder gehoord lijkt te hebben in de laatste aflevering van Sesamstraat. De liedjes van Tim Tomassen behoren toch echt tot… *tromgeroffel* jawel, de eerste categorie.

Het Vraagstuk is een ep bestaande uit zes liedjes die variëren van vrolijk tot weemoedig. Zoals het een singer/songwriter betaamt, zeggen we dan maar. Gebouwd op akoestische gitaarpartijen en begeleid door een strakke band zonder toeters en bellen, klinken de songs stuk voor stuk fris en eigen. Strepen Van De Nacht, het eerste nummer, doet bij vlagen denken aan het vroegere werk van ons eigen Bløf. Een verrassende akkoordprogressie en een knappe tekst, voorzien van een simplistisch doch prettig arrangement en mooie koortjes.

Dan volgt De Man Op Het Station, een nummer met een beeldende tekst die stof tot nadenken geeft. Een prachtig refrein en een mooie opbouw. Het volgende nummer, Terug Naar Het Begin, is een slepende song met een feelgood-vibe, die naarmate de tijd verstrijkt steeds beter gaat lopen. Tim Tomassen heeft een geheel eigen stemgeluid dat geen enkel moment misstaat in combinatie met zijn teksten. De subtiele pianopartijen voegen in al haar eenvoud veel toe.

Dan is het even tijd voor een rustmomentje; Schreeuwen Tegen Muur is een intrigerende ballad met een enigszins zware tekst. Wat wordt er nu eigenlijk bedoeld? Dat is de vraag, die eigenlijk een vraag moet blijven. De vocalen komen uit het hart en maken het liedje op zich erg geloofwaardig. Wat ik vooral niet moet vergeten is dat deze ep prachtig geproduceerd is; helder, fris en lekker in-your-face. Mede daardoor is deze plaat erg prettig om naar te luisteren.

Het laatste liedje op Het Vraagstuk, de zogenaamde titeltrack is misschien wel mijn favoriete track. Een rustig begin en een subtiele opbouw maar wederom met een geweldige tekst, vooral in het refrein. Een prettig en uiteindelijk vrolijk klinkend liedje bestaand uit vragen, geen antwoorden en doorzettingsvermogen. Daar houd ik wel van.

Met deze ep komt Tim Tomassen met een mooi palet aan liedjes. Een ep die de potentie heeft om nationale bekendheid te genereren, en dat is hem natuurlijk van harte gegund. Ik gun hem zelfs internationale bekendheid, maar ik denk niet dat iedereen zijn teksten dan nog begrijpt. Tot volgend jaar op de festivals.

Download Het Vraagstuk op Soundcloud of beluister de ep op Spotify.

Voor meer informatie bezoek je de website van Tim Tomassen.

Thomas Florusse