Onze beleving van muziek, van de jaren ’70 tot nu

Een mooie muziekbeleving, wat is dat nou eigenlijk? Als we de afgelopen vijf decennia in ogenschouw nemen dan vallen ons een paar dingen op.

Allereerst is daar de setting waarin we muziek “tot ons nemen”. In de jaren ’70 en begin ’80 luisterden we muziek voornamelijk thuis op onze grote stereo installaties. Portable audio bestond nog nauwelijks en dat brengt ons bij het volgende punt van verschil met nu: het afspeelmedium. Een chique benaming voor het apparaat waarop je je muziek afspeelt. In de jaren ’70 en ’80 waren dat vinyl en tape (compact cassette, ‘reel-to-reel’ en 8-Track). Daarna kwam natuurlijk de compact disc en vanaf ongeveer de jaren ’10 de streaming muziekdiensten.

Met de komst van streaming muziekdiensten veranderde er nog iets: het aanbod van muziek. Zeker sinds de komst van het populaire Spotify is het aanbod van muziek wat we voorgeschoteld krijgen gigantisch toegenomen. Spotify en de andere streamingdiensten werken namelijk met playlists. Playlists zorgen ervoor dat we meer en meer naar losse tracks van artiesten zijn gaan luisteren. Spotify biedt ons een aanbod van artiesten die in de buurt komen van wat je al luistert. Zo ontdek je nogal eens artiesten die je niet kent en normaal gesproken niet zo snel zou beluisteren.

De komst van playlists van streamingdiensten heeft voor nog een ander effect gezorgd: we luisteren minder en minder naar albums. Zo’n plaat die je van begin tot eind luistert en waarvan de samenhang tussen de nummers je meeneemt op de muzikale reis die de artiest voor je in petto heeft. Gelukkig wordt dit effect enigszins geremd door de vinyl revival. Vinyl is hét albummedium bij uitstek. Je moet er zelfs aandacht aan geven omdat je al na achttien minuten de plaat moet omdraaien om verder te luisteren.

En dan is er nog de komst van de hoofdtelefoon en dan vooral de oordopjes. Die hebben ervoor gezorgd dat we muziek meer en meer portable zijn gaan beluisteren in plaats van in onze eigen stulp, al dan niet vergezeld van een lekker drankje, nootje, … (vul maar in). Muziek in de bus, op de fiets, in de trein, in het vliegtuig, tijdens een vergadering en ga zo maar door. Dat maakt muziek vluchtiger. Zo onderweg zijn er veel prikkels die bij je binnenkomen en je afleiden van de muziek.

Het is dan ook geen verrassing dat het luisteren naar een album op vinyl thuis op de bank een totaal andere gewaarwording is dan het luisteren van een losse track onderweg op de fiets met oordopjes in. Veiliger zal het ook zijn.

Daar is allemaal niks mis mee en het kan ook heel goed naast elkaar bestaan, maar het is goed om ons bewust te zijn van de verschillen tussen mobiel luisteren en luisteren via een stereo installatie en de verschillen tussen het luisteren van albums en van tracks.

Volgende maand ga ik hiermee verder omdat het ook voor mastering veel uitmaakt of het gaat om een losse track of om mastering van een heel album.

Wordt vervolgd!

Renzo (Masterenzo) is een Rotterdamse masteraar. Hij heeft onder meer gewerkt voor Gery Mendes (GMB), Charlie Dée en Phil Bee’s Freedom. Nóg meer info over mastering is te vinden op zijn website.

Tourverslag: Red Herring in Tsjechië

De band Red Herring werd in 2012 opgericht door Rotterdammers Arthur Deighton en Joram Peeters. Een jaar later kwam Loes van Schaijk (tevens Rotterdammer) erbij. Als trio brachten ze twee albums uit (zie onderstaande links) en speelden ze op allerlei podia en festivals in Rotterdam, in Nederland, en in Europa. Inmiddels zijn ze met banjoïst/mandolinist Paul van Vlodrop uitgegroeid tot een solide viertal en stond 2017 in het teken van twee hoogtepunten: een tour door Tsjechië in augustus en het uitbrengen van het album Here To Distract You in september.

Hoezo dan, bluegrass in Tsjechië??

Tsjechië en Slowakije hebben een bijzondere band met bluegrass en country. Ongeveer gelijktijdig met de oprichting van de eerste Tsjechoslowaakse republiek onder president Masaryk onstond een gemeenschap van ‘tramps’ die in hun vrije tijd de bergen in trokken om daar een geromantiseerd Amerikaanse Wilde Westen na te spelen, inclusief het zingen van Amerikaanse folksongs (met teksten in hun eigen taal). Het verbod op tramping tijdens de Tweede Wereldoorlog, en later ook onder het communisme, maakte het alleen maar aantrekkelijker en gaf het een air van verzet mee. De huidige generatie dertigers en veertigers, wier ouders aan tramping deden en die ten tijden van het communisme bij de scouts gitaar, mandoline, banjo of viool leerden spelen rondom het kampvuur, kwamen na de fluwelen revolutie in 1989 al gauw in contact met progressieve bluegrass uit Amerika zoals New Grass Revival en Lonesome River Band.

Met het heilige vuur in zich en een ijzeren discipline om dagelijks urenlang te oefenen—vaak in combinatie met een full-time baan—ontpopten veel Tsjechen en Slowaken zich tot virtuoze bluegrassmuzikanten en werden talloze bands gevormd die zeer geliefd zijn in de bluegrass scene in eigen land, in Europa, maar ook in Amerika. Dat bluegrass en country in Tsjechië en Slowakije dieper gaat dan een beetje raggen en toonladdertjes pingelen, dat vóel je, zelfs als je niet kunt verstaan waar ze over zingen. In Amerika spreekt dit fenomeen zo tot de verbeelding dat dr. Lee Bidgood erop promoveerde aan de University of Virginia in 2011. Zijn thesis is zojuist als boek verschenen: Czech bluegrass: notes from the heart of Europe. Hij maakte ook een documentaire die op dvd te verkrijgen is: Banjo Romantika.

Maar wat heeft Red Herring dan in Tsjechië te zoeken (of te brengen)?

Als je niet halverwege dit geschiedenislesje bent afgehaakt en je bent nog steeds benieuwd wat Red Herring nou in Tsjechië uitvoerde, dan is het misschien handig om te weten dat zangeres/bassist Loes van Schaijk van 2005-2008 onderdeel uitmaakte van de band Waterflow met top-notch Slowaakse muzikanten. Loes stapte in die tijd ongeveer zes keer per jaar op het vliegtuig om op allerlei festivals in Tsjechië en Slowakije te spelen. Vanwege de afstand was het niet te doen om de band lang bij elkaar te houden, maar de vriendschappen die ze sloot bleven altijd bestaan, en zelfs nadat ze met Waterflow stopte is Loes nog bijna ieder jaar teruggeweest om zangles te geven op bluegrassworkshops en mee te doen aan jamsessies waarbij eventjes de meest virtuoze muzikanten van het land bij elkaar worden gescharreld.

In de zomer van 2015 besloot Loes dat het na 10 jaar wel eens tijd werd om de taal te leren spreken, dus ging ze een maand naar Praag voor een zomercursus Tsjechisch. Even later ging Red Herring—toen nog als trio—op tour naar Schotland, mede gefinancierd door de Popunie. Dat beviel zo goed dat Loes besloot om al haar contacten in Tsjechië aan te schrijven met de vraag of ze haar band zouden kunnen helpen aan optredens in de zomer van 2016. Dat ging in eerste instantie nogal stroef, om drie redenen:

1) Mensen kenden haar als zangeres maar hadden daarmee nog niet direct vertrouwen in de band (zangeressen die een beetje geloofwaardig Engels zingen zijn in Tsjechië schaars, maar virtuoze muzikanten hebben ze genoeg);

2) Veel organisatoren van festivals en concerten voelen zich niet comfortabel bij communicatie in het Engels, en;

3) Veel festivals worden georganiseerd in een soort ons-kent-ons familiesfeertje, waar veel liefde, worst en zelfgestookte alcohol, maar weinig tot nul gage aan te pas komt. Zelfs als wij best bereid waren geweest om een optreden voor een laag gage aan te nemen, dan kregen we de kans niet omdat de organisatoren het ons niet voor durfden te stellen.

Toen we het voor 2016 al op hadden gegeven kwam er ineens een positieve reactie: Starý Dobrý Western Festival wilde Red Herring graag alvast boeken om in 2017 te komen spelen voor een gage van €120,-. Voor het referentiekader: ons normale gage in Nederland is €800,-. Maar als je dat soort bedragen wilt vragen als relatief onbekende band in Tsjechië, dan kun je het wel vergeten. Dus wij accepteerden het aanbod, in de hoop dat we er later nog wat extra optredens bij zouden kunnen sprokkelen. Ondertussen gingen Loes en Joram in 2016 samen op vakantie naar Tsjechië, waar ze wat spontane optredens deden als duo die enorm goed ontvangen werden en waar ze rijkelijk gestrooid hebben met Red Herring cd’s en visitekaartjes. Daardoor begon men toch wel nieuwsgierig te worden naar de hele band…

In januari 2017, een half jaar voor de tour, reikte Loes weer uit naar al haar Tsjechische vrienden. Dat er met Starý Dobrý nu iets concreets was om omheen te plannen (de eerste week van augustus), dat mensen inmiddels de naam Red Herring veel vaker voorbij hadden zien komen, dat bekend was geworden dat met Loes in het Tsjechisch te communiceren valt en dat Joram erg in de smaak was gevallen bij de Tsjechische kerels door zijn 2 meter lange gestalte, zijn waardering voor het Tsjechische eten en drinken en typische mannenhumor, maakte het ineens veel makkelijker om een tour in elkaar te puzzelen.

Sommige vrienden stuurden een lijst met contactgegevens van boekers, anderen gingen hoogstpersoonlijk speciaal voor Red Herring iets organiseren. Het meeste contact verliep via Facebook Messenger chat; zeer onoverzichtelijk als je later terug wilt zoeken wat je nou precies afgesproken hebt, maar in de meeste gevallen wel de beste manier om snel een reactie te krijgen. We kregen zelfs ook nog een aantal concerten aangeboden in een andere periode (de laatste week van augustus), die Loes en Joram aannamen als duo.

Niet meer als haringen in een ton

De tijden dat we nog met zijn allen in een Ford Focus pasten zijn voorbij: Red Herring is met banjo/mandoline-veteraan Paul van Vlodrop uitgegroeid tot een kwartet, en we hadden dit keer zelfs de luxe dat Arthur’s vriendin Elma met ons meeging als merch babe en fotograaf. Er moest dus een busje gehuurd worden waar vijf personen en een boel instrumenten in pasten (incl. contrabas; jaja, Loes weet dat er compactere opties zijn, maar dit is niet onderhandelbaar).

Een oproepje op Facebook leverde aardig wat goede tips op; een bus huren voor een week hoeft helemaal niet duur te zijn. Soms waren de kleine lettertjes dan weer teleurstellend: het bleek vaak zo dat je extra moet betalen voor meerdere chauffeurs (een absolute noodzaak als je ongeveer 3000 kilometer af wilt leggen), dat er boven de 100 kilometer per dag een toelage moet worden betaald, of dat de auto niet verzekerd is in het buitenland. Niels Duindam van Harmony Glen gaf ons de gouden tip om Autobedrijf G. Dol in Voorhout te bellen en te vragen naar de verhoogde en verlengde Fort Transit. De laadruimte van deze bus was zo enorm dat er nog makkelijk een geluidsinstallatie, drumkit, en een batterij aan toetsen en versterkers bij hadden gepast. De kleine ongemakken (de airco was kapot dus we kwamen gekookt in Tsjechië aan, het ontbreken van een lampje in de auto maakte ’s nachts in- en uitladen nogal vervelend, en voorin ontbrak één van de gordels) werden wel gecompenseerd door de lage huurprijs van €595 (incl.) voor een volle week en de vriendelijke service.

Dag 1, woensdag 2 augustus: Cologne Bluegrass Bash

In Keulen wordt door een groep jonge professionele muzikanten (waaronder violist/mandolinist Joon Laukamp, banjoïst/mandolinist Philip Keck en Nieuw-Zeelandse bassist Pierce Black) elke eerste woensdag van de maand de Cologne Bluegrass Bash georganiseerd. Het is wat wij noemen een “bluegrass jamsessie plus”: de huisband (die niet misselijk is) begint, daarna speelt de gastband (dat waren wij in dit geval), en vervolgens wordt tot in de kleine uurtjes op het podium gejamd. Normaal gesproken vindt het plaats in Manni’s Rästorang, maar omdat Manni op vakantie was verkasten we eenmalig naar de kroeg Tankstelle aan de overkant, waar elke donderdagavond een jamsessie (alle stijlen) wordt gehouden die zeer succesvol schijnt te zijn. Ook vanavond was het druk, en toen er met de hoed rond werd gegaan voor ons werd er goed gegeven. Het was snikheet binnen (storm op komst) dus onze vingers glibberden over de snaren, maar het publiek was razend enthousiast. Aangezien het publiek voor een groot deel uit topmuzikanten bestond werden we daar een beetje verlegen van. Onder de jammers bevonden zich onder andere een paar steengoede gitaristen, een percussionist die verrassende beats uit een barkruk wist te halen, een dobroïst, een man met zingende zaag, een Canadese zangeres die op bezoek was bij haar clawhammerende broer, en een voor ons bekend gezicht: Martin Voogd (ex-Stringcaster) woont tegenwoordig in Keulen! We hebben met hem een paar Hank Williams nummers gespeeld, en de mannen van de Bash hopen dat hij vaker terugkomt, want hij blijkt een verdienstelijk bassist te zijn!

Nadat de geluidsinstallatie moest worden opgeruimd hebben we nog even akoestisch doorgejamd totdat we echt de kroeg uit werden geveegd. We mochten bij de organisatoren thuis blijven slapen en na een gezellig gezamenlijk ontbijt stapten we de volgende dag weer de bus in om rustig richting centraal Europa te boemelen. Al met al kunnen we de Cologne Bluegrass Bash van harte aanraden aan bands die op doorreis zijn en die affiniteit hebben met bluegrass. Want zelfs al gaat de betaling nergens over (je krijgt met een hele band wat je eigenlijk per persoon zou moeten krijgen), we zijn het helemaal eens met Joon Laukamp, die zegt dat hij de Bash eigenlijk nooit wil missen, omdat hij er zoveel positieve muzikale energie uithaalt dat hij na zo’n avond weer opgeladen is voor de hele maand.

Dag 2, donderdag 3 augustus: Even een villaatje pakken onderweg

Als Tsjechische bluegrassmuzikanten op een Nederlands festival komen spelen dan stappen ze na hun werk meteen in de auto en rijden ze in één ruk door, om het opnemen van vrije dagen en het maken van hotelkosten zoveel mogelijk te beperken. Ik heb al meerdere keren gezien dat Tsjechische muzikanten na een reis van 12 uur (voor Slowaakse muzikanten kan dat zelfs oplopen tot 16 uur) een biertje achterover tikten en meteen het podium opstapten—en er ook nog eens niet minder goed om speelden. Zulke bikkels zijn wij niet. Wij namen regelmatig pauzes, wisselden van bestuurder en gaven Joram de opdracht om vlak over de Poolse grens een goedkoop hotel te zoeken. “Dit is de één-na-goedkoopste, vinden jullie een villa van 200 m² met een score van 9,9 op Booking.com goed genoeg?” vroeg hij glunderend? Nou, je moet het er maar mee doen… Voor €25,- de neus sliepen we als koningen en na een riant ontbijt (waarvan een gedeelte voor onze neus werd weggegritst door een zwerfkat die van Joram de naam Strathspey kreeg toebedeeld) moest tourmanager Loes een paar keer streng op haar horloge tikken om de haringen en merch babe weer in het busje te krijgen. Als we ooit een tour kunnen fixen waarvoor we Villa Luxury Loft in Boleslawiec als uitvalsbasis kunnen gebruiken, dan tekenen we ervoor!

Dag 3, vrijdag 4 augustus: Bluegrass Theatre, Metylovice

In het dorpje Metylovice, een stukje onder Ostrava in het Zuid-Oosten van Tsjechië, is een klein openluchtpodium verstopt tussen de tennisvelden. Daar organiseert Lukaš Karličky (die samen met zijn vier zonen in de band Ptaročko speelt) om de week een bluegrassavond met meerdere bands. Deze avond waren dat Vrtací, Red and White (met een oude vriend van Loes, banjoïst Michal Wawrzyczek) en yours truly. Hoewel er de hele dag een strakblauwe lucht was, werd over het geheel toch een schaduw geworpen door persoonlijk leed van onze merch babe. De ooginfectie die ze in Nederland op had gelopen, en waarvan ze had gehoopt dat die vanzelf over zou gaan, werd met de dag erger en bereikte vandaag het punt van ondraaglijkheid. We kregen een demonstratie van Tsjechische solidariteit: we legden de situatie uit aan Michal, die ons na een kort overleg met de organisatoren liet weten dat één van de Karličky’s met Elma naar de eerste hulp zou rijden, en ons wat Tsjechische kronen toestopte voor het geval dit nodig zou zijn voor medicijnen. Op onze herhaaldelijke en uitgebreide dankbetuigingen reageerde hij op een manier die voor ons niet helemaal te peilen was. Was hij bescheiden of lichtelijk geïrriteerd? “Het is een beetje raar om iemand te bedanken voor dit soort dingen,” zei hij. “Mensen horen elkaar te helpen in zo’n situatie. Dat is gewoon je plicht.” Fantastisch uitgangspunt (kunnen we dat in Nederland voortaan ook doen s.v.p.?), maar probeer maar eens om iemand níet te bedanken als hij je in een vreemd land naar een dokter brengt als je dat nodig hebt. Dat voelt toch ook een beetje tegennatuurlijk.

Afijn, the show must go on, and on it went: we hebben heerlijk gespeeld met fantastisch geluid (met Tsjechische technici heb je aan vijf minuten en evenzoveel woorden genoeg) voor een bijzonder aangenaam publiek dat ons drie keer terugriep voor een toegift. Bij één van de toegiften vroegen we mandolinist František Karličky om Roll In My Sweet Baby’s Arms met ons mee te spelen, zo’n standaard nummer dat iedereen in de bluegrass scene kent. We kenden hem voor vandaag nog niet en hadden hem nog nooit horen spelen, maar vaak kun je na de hand van een muzikant te hebben geschut al inschatten of het al dan niet goed zit… en in dit geval was het raak!

Joram maakte goede sier bij de bardame met zijn pogingen om 1, 2, 3, 4 en 5 bier grammaticaal goed te vervoegen (jedno pivo, dva piva, tři priva, styři piva, pĕt piv… wie verzint het?) en we werden getrakteerd op heerlijke goulash. Elma en haar escort kwamen terug van het ziekenhuis met antibiotica; helaas zou ze een week nodig hebben om te herstellen en heeft ze gedurende de tour nauwelijks haar ogen open kunnen doen… We moeten het dus sowieso nog een keer over doen, al was het maar voor haar! 

Na het optreden moesten we nog een uurtje rijden naar Bystrička, waar de organisatie van het Starý Dobrý Western Festival twee zeer ruime kamers voor ons hadden geregeld op Kemp Ranč. Het festival speelt zich af op drie locaties: Kemp Ranč, de pub U Mokrosků (waar wij de volgende dag zouden spelen), en Letni Kino (openluchtbioscoop). Arthur, die na het BOB-ben vaak graag nog een afzakkertje haalt, begaf zich tussen de dronken Tsjechen die op alle hoeken van de camping Tsjechische folk- en countrysongs aan het zingen waren en verwonderde zich over het feit dat dronken Tsjechen veel beschaafder zijn dan dronken Nederlanders. Ondertussen stortte de rest van de band als een blok ter bedde om er pas rond 10:00 weer uit te rollen. Zalig.

Dag 4, zaterdag 5 augustus: Festivals Starý Dobrý en NOTA

Na een ontbijt van worst met zuurdesembrood maakten we ons op voor een lange dag met twee optredens in verschillende plaatsen. Om 13:00 speelden we op het buitenpodium van U Mokrosků op het Starý Dobrý Western Festival (het ‘Goede Oude Western Festival’). Terwijl wij aan het opbouwen waren gaven twee als cowboys verkleedde Tsjechen op muziek van Ennio Morricone een show met zwepen, die ze gelukkig handig om onze instrumenten heen wisten te navigeren. Bij het podium werden we (zoals hier kennelijk heel normaal is!) vriendelijk begroet door de stagemanager, die ons voorstelde aan de geluidstechnicus en zijn vrouw en dochter instrueerde over onze merchandise. Dochterlief dreef goede handel en hield alles keurig bij; wij bedankten haar met een T-shirt en een blikje Zeeuwse boterbabbellaars, waarvan we voor vertrek een hele tas hadden ingeslagen bij de Lidl. Na het optreden en een kort moment voor het verkopen en signeren van cd’s moesten we vrij snel alweer inpakken en wegwezen, want het zou nog drie uur rijden zijn naar ons volgende optreden: het NOTA festival in Rtyňe v Podkrkonoši.

Het NOTA festival betaalde het best (‘maar liefst’ €450… grappig hoe snel je de lat verlaagt…) en was picobello georganiseerd. We konden wandelen van onze accommodatie naar het festival in het gezellige kleine dorpje Rtyňe v Podkrkonoši. We voelden ons behoorlijk vereerd dat we tussen twee in Tsjechië legendarische namen in waren geprogrammeerd: liedjeszangster Simona Klímová (dat zij na afloop van ons optreden complimenten gaf voor Loes haar zang en dat haar zoontje een handtekening op zijn arm wilde was voor Loes een persoonlijk hoogtepunt) en Poutníci (met onze Slowaakse vriend Peter Meciar op banjo en dobro). En ook al was het een openluchtoptreden, het dak ging eraf! Na een soundcheck van vijf minuten speelden we met ongekend goed geluid voor een razend enthousiast publiek van ongeveer 250 man. Dat alle vier de bandleden op het podium maar ook daarbuiten moeite deden om Tsjechisch te spreken werd bijzonder goed gewaardeerd; hierdoor, en ook doordat we altijd aftrappen met een nummer waarin iedereen een solo speelt zodat we alle bandleden al direct aan het publiek voor kunnen stellen, maakt dat iedereen in de band een smoel krijgt, en dat is één van de dingen waar we de meeste positieve feedback over krijgen. Onze gebruikelijke crowdpleaser Tear In My Beer van Hank Williams, die Joram naar het Nederlands heeft vertaald, hebben we vorig jaar with a little help from our friends ook naar het Tsjechisch vertaald. Het is een dijk van een toegift omdat Joram de lulligheid van het fonetisch oplezen van een tekst in een taal die je niet begrijpt met grote theatraliteit ten tonele bracht; hilariteit alom! Na Poutnici aten we stukjes varken van het spit en bleven we ook nog even plakken om te dansen op de lokale partyband, waar Arthur een filmpje maakte van onhandig maar vrolijk walsende Loes en Joram wat hij achter de hand kan houden mocht hij ooit nog eens chantagemateriaal nodig hebben.

Dag 5, zondag 6 augustus: Dobruška

Na meerdere dagen met tropenweer in een auto zonder airco te hebben gezeten hoefden we niet lang na te denken over wat we zouden doen met onze vrije middag vandaag: zwemmen in het meer Vodní Nádrž Rozkoš! Na hier op meerdere fronten gechild te hebben hadden we wel weer zin in ons volgende optreden: twee sets van 45 minuten op een podium in een park in het lieflijke dorpje Dobruška. Gemeentes in Tsjechië hebben een aardig budget voor cultuur, en vooral in de zomermaanden wordt in iedere stad en gehucht een podium neergezet met goede apparatuur waar elke week muziek wordt geprogrammeerd. Deze “kulturní léto” evenementen zijn gratis toegankelijk, worden doorgaans zeer goed bezocht door een in stilte respectvol luisterend publiek. Als je gewend bent om in Nederland voor drie man en een ouwehoerende paardenkop te spelen, dan waan je je in Tsjechië echt in dromenland.

Zo ook in Dobruška: vijf minuten voor aanvang rukte ineens het hele dorp uit en telden we ongeveer 150 koppen in het publiek. Ze bleven nagenoeg allemaal zitten tot het eind en waren dan ook ineens weer weg. We kregen wederom veel enthousiaste reacties, waarbij er één echt uitsprong: een zongebruinde man met grijze baard, een groen gewaad en sporen van cement op zijn benen en handen, kon ons niet vaak genoeg vertellen hoe geweldig hij het had gevonden. “NAD-HER-NÁ!” riep hij in het Slowaaks, met tranen in de ogen. Hij vertelde dat hij in de buurt werkte en verrast was ineens bluegrass te horen. Wij hadden zijn dag gemaakt; en hij de onze. 

Dag 6, maandag 7 augustus: Praag

Voor het laatste concert hoefden we maar twee uurtjes rijden naar de wijk Trojská in Praag, wat ineens heel gek aanvoelde na al zoveel in de auto te hebben gezeten (“zijn we er nu al??”). Omdat we lekker op tijd bij galerie U Trojeského Koňe (Het Trojaanse Paard) waren, kon Arthur een beetje op zijn gitaar pingelen in de schaduw terwijl Elma flink scoorde met Pokémon en Loes, Joram en Paul een trip maakten naar de befaamde ijssalon Angelato. Het Trojaanse Paard is dat ook letterlijk: eigenaar Iván woont in een huis dat de vorm heeft van een houten paard (een trapje leidt omhoog naar de ingang: in de kont). Je komt ogen tekort om alle prachtige houtsnij- en beeldhouwwerken in de tuin te ontdekken. Op deze lokatie zouden we een duo-concert spelen met vrienden van ons uit de bluegrassscene, de band Monogram (die de 1e prijs in de wacht sleepten op het European World of Bluegrass Festival en La Roche Bluegrass Festival). “If Monogram plays, the people will come,” zei Iván, en hij had gelijk; maar er kwamen zelfs ongeveer twee keer zoveel mensen als verwacht, omdat er goede promotie voor ons was gemaakt en mensen erg benieuwd waren geworden naar dat Nederlandse bandje Red Herring! Het begint een beetje saai te worden om dit steeds te melden, maar het geluid was weer zalig en het publiek razend enthousiast. Vervolgens konden wij genieten van een prachtig optreden van Monogram en speelden we tenslotte ook nog spontaan een paar nummers samen. Loes kreeg van een aanbidder, die zei dat hij al van haar gedroomd had voordat hij haar ontmoette, een vogelhuisje kado; Iván gaf de band een zelfgemaakte aquarel mee als aandenken; en er kwamen meteen drie mogelijke data voor optredens in 2018 op de proppen. Volgend jaar weer terugkomen lijkt absoluut haalbare kaart. Hopelijk dit keer met iets minder verlies en met een gezonde Elma; maar verder mag het precies zo zijn als dit jaar, want we hebben een geweldige tijd gehad.   

Dag 7, dinsdag 8 augustus / woensdag 9 augustus: de terugreis

Arthur, Joram, Elma en Paul namen op station Praag Holešovice afscheid van Loes, die nog even in Tsjechië zou blijven hangen om te werken aan haar PhD. De rest deed er (inclusief Duitse file) ongeveer 11 uur over om weer thuis te komen, zodat iedereen nog op een christelijk tijdstip op de bank kon ploffen met de nieuwste Game of Thrones. De volgende dag bracht Arthur de auto weer terug naar Voorhout. En behalve Joram had iedereen een dagje vrij genomen om een beetje uit te kunnen puffen en na te kunnen genieten met foto’s en Facebook: en natuurlijk het schrijven van dit tourverslag!

Al met al kan ik bluegrassbands die niet zo nodig rijk hoeven te worden van de muziek van harte aanraden om te touren in Tsjechië (en Slowakije), want je laadt er muzikaal en spiritueel zo van op dat je weer een jaar vooruit kan. Het is niet nodig, maar wel absoluut handig als je iemand in je midden hebt die zich een klein beetje weet te redden in het Tsjechisch. Mocht je daarbij hulp nodig hebben, dan kun je altijd bij Loes aankloppen.

New Grass Revival (in de ’90s)

Lonesome River Band (in de ’90s)

Starý Dobrý Western Festival

Loes en Joram als duo op Bluegrass Na Vinici in 2016 (begint op 00:33:30)

TV-item over de bluegrassworkshop in Hustopeče waar Loes & Joram waren in 2013

Red and White – Mustang Sally