Interview met Jongflai

Het is maandag avond in District A, wanneer er een jongen komt binnen wandelen met grote, grafische letters ‘JONG’ op zijn turtleneck t-shirt. Het is JONGFLAI, aka Shurtney Shakourd Rimon (20). Geboren in Spijkenisse, getogen in Hellevoetsluis, en student aan de Herman Brood Academie in Utrecht. Wanneer we beginnen te kletsen valt Shakourd met de deur in huis.

“Ik voel me nu op dit moment sterker dan ooit, alleen ik had een echt dieptepunt in eind 2016.” vertelt hij. “Ik woonde eerst antikraak in Avenue” – Ik onderbreek zijn zin, “Waar woonde je?” vraag ik, “Avenue, aka de Avenue Concordia, in Kralifornia, aka Kralingen”, ik lach. Het valt me meteen op dat Shakourd origineel is, hij heeft een authentieke vibe om zich heen, met een authentieke vocabulaire, en die vibe vertaalt zich ook in zijn muziek.

Hij vervolgt zijn verhaal: “Ik reed vanuit Rotterdam naar Hellevoetsluis, om met mijn familie kerstmis te kunnen vieren, maar vanaf dat moment leek het een film waarin ik zat. Mijn oom en neef, die ook mijn beste vriend was, werden dood geschoten voor mijn ogen.”

“Ik volgde een opleiding op het MBO maar ik werd van school gekicked door mijn afwezigheid. Ik zat in een even in een dip. Ik ben een vrij open persoon, maar praatte alleen niet over m’n feelings, daarom kan ik me uitleven in m’n muziek.” Hij ontdekte de Herman Brood Academie: “Ik dacht, ik moet doen waar ik zin in heb, want morgen kan ook mijn laatste dag zijn. Ik deed auditie en moest rappen op een eigen gemaakte beat, maar na 1 track wist de jury al genoeg.

Een week later kreeg ik de uitslag, en ik was aangenomen. Het voelde als een geluk bij een ongeluk.” Shakourd werkt veel met gevoel in zijn muziek. “Ik haal mijn inspiratie vooral uit het leven, maar ook veel uit vrouwen, of fashion. Meestal krijg ik een beat opgestuurd en dan schrijf ik iets. Af en toe tik ik zelf iets. Ik spring alleen op een beat als ik het voel. Ik hou ervan om HAM te gaan op een trap beat, maar ik kan ook rappen over m’n gevoelens op een relaxte beat.” Shakourd is een autodidact. “Ik speel ook zelf piano. Ik kreeg een keyboard en oefende via YouTube. Uiteindelijk lukte het.”

Toch vond Shakourd in zijn stageperiode zijn passie, namelijk het maken van kleding. Vanuit daar ontstond er een kledinglijn genaamd “JONG”, geinspireerd door zijn eigenzinnige vocabulaire. JONG staat voor Jonge Ondernemende Neven(activiteiten — dingen doen, dingen ondernemen met je niffo’s, je matties) Gang. Shakourd legt uit: “Het gaat erom dat je doet whatever je wilt, dat je door het vuur durft te gaan voor je vrienden, je niffo’s. Er zijn geen regels om JONG te zijn. Je hoeft niet perse van mijn muziek te houden om JONG te dragen, maar je doet vooral waar je goed in bent, je bent onbevangen. Ongeacht wat je ambitie is, je keihard wil gaan voor die ambitie. Dan vind ik je JONG.”

Een aantal dagen voordat Shakourd’s neef werd doodgeschoten, motiveerde zijn neef hem om door te gaan met kleding. Toen SBS6 langs kwam om een reportage te maken, droeg Shakourd toevallig zijn eerste handmade t-shirt tijdens het interview, een roze exemplaar met grote witte letters ‘JONG’. Shakourd’s rapnaam is JONG’FLAI’, wat staat voor ambitie, onafhankelijkheid, being fly & een goeie dosis “turn up”. Hij heeft naailes genomen om zijn eigen kleding stukken in elkaar te kunnen zetten. in de toekomst droomt hij van een hele collectie.

Ik ben ervan overtuigd dat JONGFLAI het komende jaar gaat vliegen naar de top, dus blijf hem checken op Soundcloud en Instagram.

Tourverslag: Mark Lotterman in de UK

Vanuit Music Export Rotterdam worden doorlopend ondernemende Rotterdamse muzikanten ondersteund die bezig zijn ook voet aan de grond te krijgen buiten de landsgrenzen. Mark Lotterman reisde af naar Engeland.

 

Gelukkig ben ik lekker.

Ik schep er veel genoegen in ongevraagd slogans te bedenken. Zo bedacht ik ooit: “Als je nergens meer naar toekan, kan je altijd nog naar van der Valk” en “Pepsi! – niet te zuipen”. Voor Wales bedacht ik het wat brave: “Wales, voor ieder wat Wales!”.

We verbleven er in een yurt. Een yurt is een ronde tent met boeddhistisch interieur die je kan huren via airbnb. Onze yurt stond boven op een berg; soms kwamen er kippen kijken. We marcheerden uren door de bergen, maakten schapenselfies en aten lokaal.

Het was echt heerlijk even bijkomen.

Na vier dagen vakantie moest het er dan ook echt van komen: optreden. Toen ik twintig was, zat ik dagen rusteloos op de bank te wachten op het volgende optreden. Nu ik de Jezusgerechtigde leeftijd van drie-en-dertig heb bereikt, vind ik het soms maar een hoop gedoe. De gitaar uitpakken, soundchecken, singer/songwriter-muziek maken, leuke grapjes vertellen, mensen bang maken en cd’s verkopen. Het gaat me niet meer in de koude kleren zitten.

Het eerste optreden was in the Bedford in London, een rond zaaltje achter een lawaaierige kroeg. Ed Sheeran had er ooit nog opgetreden las ik op de website. Ik werd helemaal warm van binnen. “Wie weet word ik nu ook wel net zo beroemd als Ed” zei ik nog tegen mijn moeder.

Toen we de ruimte binnen liepen, waren Jack & Ella aan het soundchecken. Een net-niet-knap ‘countrypopduo’ van een jaar of 20, met draadloze microfoons. Ze tjekte zound met een liedje van hun heldin Taylor Swift. In vergelijking met Jack & Ellen is Ilse de Lange Johnny Cash.

Door problemen met de draadloze microfoons snoepten Jack & Ella 25 minuten af van mijn 30 minuten durende soundcheck.  “Doe joe riellie niet doos?” vroeg de geluidsman wijzend naar de draadloze duivels. “Jes wie doe” antwoordde Ella resoluut.

Bands die te lang soundchecken, treden ook meestal te lang op. Zo ook Jack & Ella. Hun ouders vonden het prachtig. Jack had allerlei smoelen bedacht, die hij kon trekken tussen de woorden. Hij had een gitaar met een handvat en een hele grote versterker.

Het ergste was echter nog in aantocht: er was een hippe presentatrice, een bruin meisje met een mooi gezichtje. Ze liep het podium op en zei: “Ent nou ledies end jentholmen, ee riellie telented men. Wie ar so prout toe hev him heer: die emeezing Mark Lotterman”

Ze had echter nog nooit een noot van mijn muziek gehoord; en zat tijdens mijn optreden druk met een ander hip meisje te praten. Toen ze de volgende band aankondigde, waren die ook “telented” en “emeezing”.

Het is dat het een meisje was, anders had ik haar de tanden uit de bek geramd.

We vetrokken uit London met een grijze trein naar Portsmouth waar we de boot pakte naar de Isle of Wight, voor het Isle of Wight Festival.

Toen ik ooit aan mijn goede vriend Paul Armfield (woonachtig op het eiland) vroeg: “Paul, vertel me eens. Wat voor soort mensen komen er op het Isle of Wight festival?” antwoordde hij: “People that don’t like music”.

Het is een grote kermis met Rod Steward op het eind. Dertienjarigen lopen er strak van de pillen PokemonGo te spelen en volwassenen dragen gekleurde pruiken en zitten onder de henna-tattoos. “Oh, wat hebben wij het leuk met al die kutbands” zie je ze denken.

Gelukkig was er ook ontroering.

Voor mij speelde een ukelele-orkest vol met tieners. Nou vind ik ukelele een verschrikkelijk instrument, zeker nu ze zo gretig worden gebruikt in de indie. Dat er zo’n meissie staat met een ukelele in de vorm van een Gibson Les Paul waar een snoer in kan. Ploink-ploink-ploink hoor je dan. Als ze nou de helft langer hadden geoefend hadden ze ook op zes snaren kunnen spelen, denk ik dan altijd.

Maar dit orkest was fantastisch. Ze speelden en zongen prachtige liedjes met heel veel ukeleles en bij elk liedje zong een andere tiener de lead. Mensen die niet echt kunnen zingen, maar het toch doen, in alle eerlijkheid, zonder maniertjes en trucjes en kleertjes en haartjes en accentjes. Gewoon, zingen. Een verademing.

Als mijn muziek al werkt, is het zeker niet in zo’n festivaltent. Er zat één meisje dat al mijn liedjes meezong, de rest was druk met andere dingen. Onze gekke Airbnb hosts waren ook komen kijken, maar liepen na het optreden maar snel weg om een pijnlijke leugen te voorkomen.

We liepen nog de hele dag over het eiland en ’s avonds aten we steak.

Soms voel je je een heuse rockster, soms moet je als mens bekennen dat je hebt gefaald.

Dat dacht ik toen ik ’s nachts naakt op het balkon van onze airbnb stond uit te kijken over de donkere bossen. Toen ik me omdraaide en de reflectie mijn lichaam in het raam zag dacht ik: gelukkig ben ik lekker.