De periferie van de muziekindustrie deel 2 – Vrije Geluiden

10986831_511461062340654_57285334283892902_oEen 035-nummer in mijn beeldscherm. Dat is Hilversum, weet ik (waarom ik dat weet, weet ik overigens niet – zo vaak bel ik daar niet mee). Het blijkt niet Frits Spits te zijn. “Met Maarten, van VPRO Vrije Geluiden,” hoor ik na het uitspreken van mijn naam.

Ik vind het altijd vreemd om mijn eigen naam te zeggen; bij bekenden wissel ik meestal af tussen ‘Hoi’ en ‘Hey’. In dit geval ben ik er niet zeker van wie me belt, dus houd ik het bij het zo neutraal mogelijk uitspreken van mijn naam. “We hebben jullie cd gekregen van Bastaard Platen” gaat Maarten verder, “en we willen jullie graag uitnodigen om een nummer te spelen in de uitzending.” Met de hartslag hoog in de keel zeg ik een optreden toe. Ik stuur Joris en Michiel een bericht: ‘Bel me snel, pik. We komen op tv.’

Het Bimhuis kende ik enkel van televisie. Vreemd om hier nu op de set rond te lopen. De twee fagotspelers die vlak vóór ons werden opgenomen, pakken hun instrumenten en hun bladmuziek in. Er staan drie joekels van camera’s op wielen en er lopen veel mensen rond met portofoons.

Het werktempo waarmee de technische mannen de kabels om ons heen leggen en de boel aansluiten, verraadt hoeveel tijd er is voor de productie; veel te weinig. We komen dan ook niet op de commerciële. Er worden vandaag twee uitzendingen opgenomen en met de redactie hadden we al besproken dat het nummer alleen bij hoge uitzondering opnieuw gespeeld kan worden.

Melchior, de presentator, stelt zich aan ons voor. Hij vertelt dat hij de cd leuk vindt en dat hij zelfs had moeten lachen om de grappen. Regisseurs en productieleiders houden de touwtjes strak in handen en doen hun best om ons op ons gemak te stellen.

Het lukt nog niet helemaal om te landen als ongeschoolde boerenlul in een conservatoriumgeoriënteerd programma. Te meer omdat ik basgitaar speel op het einde van het nummer. Van origine ben ik geen bassist. Ik deed het al eens eerder voor de hobby – in een gelegenheidspunkbandje in mijn stamkroeg – maar de nationale tv is toch net even wat anders.

Ook bij Joris en Michiel bespeur ik wat spanning op de koppies. Alle drie zoveel podiumervaring en dan toch wat gespannen zijn voor een nummer dat we zó door en door kennen. De visagiste zit gelukkig klaar om onze bezwete hoofden bij te poederen met antiblink.

Er zijn mensen die weten waar ze moeten kijken als er drie grote camera’s op hun porem staan. Ik behoor niet tot die groep. Ik praat met Melchior over de plaat, over mijn werk als docent en over zingen. “Madam Jeanette” kondigt Melchior aan en ik loop naar mijn plek op het podium. Ik hoop dat ik geen domme dingen gezegd heb.

Het gaat niet onaardig. Er zit een aantal medewerkers in de zaal, achter de grote camera’s. Een van hen kijkt op zijn horloge. Na mijn laatste woorden pak ik de basgitaar op zoals ik dat tijdens iedere show doe. Tijdens het aanslaan van de eerste toon drukt hij het geluid van de akoestische gitaar weg in de mix. We kijken elkaar vragend aan en spelen door. Het gebeurt nog een aantal keren in het instrumentale stuk. Vanwege de tijdsdruk durft niemand te stoppen, we spelen ‘m uit.

Overleg. De take was foutloos, maar het technische mankement is niet te herstellen, dus het moet over. En daar is eigenlijk geen tijd voor. Joris kijkt zijn pedalboard na. Er lijkt iets mis te zijn met de voeding waardoor de spanning van het baspedaal niet samen lijkt te gaan met die van het gitaarpedaal. De voeding is gelukkig snel hersteld en de opnameleider laat er geen gras over groeien. Michiel zet opnieuw in.

Nog nooit heb ik zo hard op onze routine moeten vertrouwen als nu. Bewust spreek ik mijn woorden uit, iedere slik of ademhaling resoneert in mijn hoofd. Ik tracht – ver weg van wie dan ook, mijn bandleden incluis – feilloos te doen wat ik doen moet.

De voorbije regels vink ik ploeterend af. Het eerste couplet staat erop. Ik zie aan Michiel dat hij hetzelfde voelt. Als een robot beweegt hij zijn vingers over de vakjes van zijn gitaar. “Alsof je buiten jezelf staat,” zou hij later zeggen. Hoewel het niet slecht gaat, voelt het als een straftocht tot het einde van het nummer. Die verdomde druk die we onszelf hier aan het opleggen zijn… Ook bij Joris zie ik het zweet op zijn voorhoofd staan. In een roes declameer ik de rest van mijn tekst.

Tijdens de uitzending, anderhalve week later, zakt mijn hartslag terug naar de plek waar deze hoort. De trailer die een paar dagen eerder verscheen, had me al wat gerustgesteld: de minuut die daarin te horen was, klonk prima. Het hele liedje en het gesprek zagen we pas tijdens de uitzending terug. Michiel en Joris zijn – lees ik in de groepsapp – net zo ‘megatevreden’ als ik. Via app en de sociale kanalen komen toffe reacties binnen. Een van de mooiste: ‘Je komt goed over op tv. Met humor en bovenal ontspannen.’

http://www.vpro.nl/vrije-geluiden/media.VPWON_1232816.html

Marco

Marco Martens (1982) observeert graag en presenteert veelzeggende details in kleine schetsjes. Hij schildert met woorden, ruw en zonder opsmuk.  Samen met muzikanten Michiel van Iersel en Joris Sedee schreef hij het album Ieder huis is uit vertrekken gebouwd dat op Bastaard Platen verschijnt. De plaat bevat kleine luisterliedjes over vertrekken en achterlaten. Martens’ rapverleden verdween wat naar de achtergrond, hij presenteert zich steeds meer als verhalenverteller. Marco wil in deze serie van drie columns, getiteld ‘De Periferie Van De Muziekindustrie’ graag een kijkje achter de schermen van de entertainmentindustrie bieden.

Als rapper was Martens de afgelopen vijftien jaar actief in Macronizm en De Nuance. Freestylen doet hij in improvisatievoorstelling De Cabarapshow. Als taaldocent en schrijfcoach werkt Marco voor o.a. Poetry Circle Nowhere en de Herman Brood Academie.

Deel 1 | Het Grote Wachten
Deel 3 | Luchtkastelen

Meer zoals dit

Vriend

vriendPlaatje
cd-ep / download-ep
akoestische Nederpop
Tennis Records

Vriend is het nieuwe Nederlandstalige project van Eric-Jan Vriend, een Rotterdamse muzikant die je zou kunnen kennen van bijvoorbeeld That Band From Holland en St. Polaroid. Met deze laatste band won hij in 2009 de Grote Prijs van Zuid-Holland, zo heb ik me laten influisteren.

Het nieuwe repertoire, bestaande uit vijf kleine en persoonlijke liedjes werd al aan een groot publiek ten gehore gebracht in Kantine Walhalla en is nu vereeuwigd op een eerste ep, genaamd Plaatje. Het ‘Plaatje’ op de voorkant van de hoes is overigens een figuur die lukraak uit de Google-resultaten is gevist. Een bijzondere werkwijze die blijkbaar ook al bij een plaat van St. Polaroid is toegepast.

Op 27 september jl. werd zijn debuut op een evenzeer markante manier gepresenteerd en wel op een onbewoond eilandje in de Bergsche Plas. Met Eric-Jans eigen schuitje werd je opgehaald om het concertje bij te wonen. Ik moest helaas verstek laten gaan en heb daardoor die boot gemist.

Het cd’tje van Vriend draait desalniettemin op volle toeren en wat zijn het zaligmakende liedjes! Opener Meisje begint met een prachtige melodielijn en eindigt met een wegebbende clicktrack, die aangeeft dat het puur natuur is wat je hoort!

In Oorlog zorgt het vunzige basgitaargeluid voor vrede tussen vintage drums en akoestische gitaar. Vergetelheid laat de mondharmonica spreken in een zompige, retro polka-beat. Kaartje is een vintage ballade overgoten met een sausje van tape flutes.

Tenslotte zou De groeten zomaar een liedje van het vroegere Acda en De Munnik kunnen zijn, gelet op de tweestemmigheid.
Plaatje is samenvattend absoluut een plaatje te noemen en komt uit op het wederom grappig gevonden, eigen label Tennis Records.

Jos Kamps